Werkkostenregeling; Hoge Raad geeft oordeel over de gebruikelijkheidstoets

1 augustus 2019
Een werkgever heeft een budget van 1,2% van de loonsom om belastingvrij vergoedingen/verstrekkingen aan de werknemer aan te wijzen onder de werkkostenregeling. Indien het budget wordt overschreden, is de werkgever over de overschrijding 80% eindheffing verschuldigd. Bij het aanwijzen van eindheffingsbestanddelen heeft de werkgever te maken met de gebruikelijkheidstoets. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2019 meer duidelijkheid gegeven over deze toets.
In dit artikel

Een werkgever heeft een budget van 1,2% van de loonsom om belastingvrij vergoedingen/verstrekkingen aan de werknemer aan te wijzen onder de werkkostenregeling. Indien het budget wordt overschreden, is de werkgever over de overschrijding 80% eindheffing verschuldigd. Bij het aanwijzen van eindheffingsbestanddelen heeft de werkgever te maken met de gebruikelijkheidstoets. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2019 meer duidelijkheid gegeven over deze toets.

In de berechte casus gaat het om bonusaandelen met een aanzienlijke waarde die aan een beperkte groep werknemers zijn toegekend. De werkgever heeft deze verstrekking aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De Belastingdienst is van mening dat een dergelijke aanwijzing niet is toegestaan omdat niet wordt voldaan aan de gebruikelijkheidstoets.
Het Gerechtshof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk. Er is geen sprake van een verstrekking met een uitsluitend zakelijk of gemengd karakter. De Hoge Raad echter komt tot een andere conclusie. Volgens de Hoge Raad moeten de volgende criteria worden gehanteerd om te bepalen of voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

  • Is het gebruikelijk om de verstrekking of de vergoeding aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel;
  • Hoe wordt omgegaan met de verstrekkingen of vergoedingen aan andere werknemers van dezelfde werkgever;
  • Hoe wordt omgegaan met verstrekkingen en vergoedingen aan collega’s van de werknemer behorend tot een gelijke functiecategorie bij dezelfde werkgever;
  • Hoe wordt omgegaan met verstrekkingen en vergoedingen voor werknemers bij andere werkgevers.

De Hoge Raad oordeelt ook dat in beginsel alle soorten vergoedingen en verstrekkingen onder de reikwijdte van de werkkostenregeling kunnen vallen. Het door Gerechtshof Amsterdam aangelegde criterium dat het moet gaan om verstrekkingen of vergoedingen met een uitsluitend zakelijk of gemengd karakter, wordt door de Hoge Raad afgedaan als onjuist.
Alle loonbestanddelen, zoals in de casus de bonusaandelen, kunnen in principe worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel onder de werkkostenregeling.

Nu de inspecteur stelt dat niet aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan, ligt het op de weg van de inspecteur om zijn stelling aannemelijk te maken. Overigens merkt de Hoge Raad hierbij op dat het alleen maar verwijzen naar het door de Belastingdienst gehanteerde doelmatigheidscriterium van € 2.400 per werknemer per jaar, onvoldoende is. De zaak wordt verwezen naar Gerechtshof Den Haag om, rekening houdend met bovenstaande gezichtspunten, een nieuw besluit te nemen.

Het lijkt erop dat door dit arrest van de Hoge Raad de mogelijkheid om loon aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel is toegenomen. Zo hoeft het niet te gaan om vergoedingen/verstrekkingen met een zakelijk of gemengd karakter. Ook het louter en alleen toetsen aan de € 2.400 norm door de Belastingdienst is onvoldoende om vast te stellen of de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel kan plaatsvinden.

Mocht u vragen hebben over de mogelijkheid om een vergoeding of verstrekking te kunnen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Gerelateerd

Aanvullende fiscale voorstellen na Prinsjesdag 2026

Op 29 september 2026 heeft het kabinet aanvullende fiscale voorstellen aangekondigd. De voorstellen betreffen wijzigingen in de inkomstenbelasting, waaronder...

Zzp'er in de zorg wél mogelijk, ondanks hetzelfde werk als werknemers

Sinds het handhavingsmoratorium in 2025 is opgeheven, heeft u ongetwijfeld veel berichten voorbij zien komen over de opstelling van de Belastingdienst ten...

Hoge Raad bevestigt dat latente verliezen onder artikel 20a vallen

Op 11 september 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de toepassing van artikel 20a Wet Vpb 1969. Eerder schreven wij een kennisartikel...

Belastingplan 2027: de belangrijkste maatregelen van Prinsjesdag 2026

Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026, heeft het kabinet het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Welke maatregelen raken uw onderneming, uw vermogen of uw...

Enkele btw-registratie onder ViDA: wat verandert er vanaf 2027?

Zoals in ons eerdere kennisartikel uitgelegd bestaat ViDA uit drie pijlers: elektronisch factureren en digitale rapportage, de digitale platformeconomie en de...

ViDA: welke btw-regels veranderen en wanneer?

Met het pakket ‘btw in het digitale tijdperk’, beter bekend als ViDA (VAT in the Digital Age), moderniseert de EU het btw-stelsel voor grensoverschrijdende...
No posts found