Wijzigen van bestemmingsplannen; wanneer kan dat?

28 januari 2022

Een bestemmingsplan kan ten opzichte van het ontwerp dat ter inzage is gelegd gewijzigd worden vastgesteld door de raad. Ook kan zich de situatie voordoen dat nádat het bestemmingsplan is vastgesteld, hangende de beroepsprocedure de raad een nieuw besluit tot wijziging van het plan neemt (ook wel: herstelbesluit). In beginsel dient de raad bij het doorvoeren van deze wijzigingen de bestemmingsplanprocedure opnieuw te doorlopen. Daarop zijn echter enkele uitzonderingen mogelijk.

In dit artikel

Gewijzigde vaststelling; wezenlijk ander plan?

Een bestemmingsplan wordt met toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorbereid. Deze procedure vangt aan met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Daartegen kan iedereen zienswijzen indienen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen kan de raad bij vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp, maar ambtshalve wijzigingen zijn eveneens heel gebruikelijk. Deze afwijkingen van het ontwerp mogen naar aard en omvang echter niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, anders dan dient de wettelijke procedure (met inbegrip van de terinzagelegging van het ontwerp en de mogelijkheid van zienswijzen) opnieuw te worden doorlopen.

Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kan worden afgeleid dat van “een wezenlijk ander plan” niet snel sprake is. In de regel zijn de afwijkingen naar aard en omvang niet zodanig groot zolang het ontwerpplan en het vastgestelde plan in de kern nog steeds betrekking hebben op dezelfde ontwikkeling en/of de wijzigingen slechts een klein deel van het plangebied beslaan. Ter illustratie de volgende twee uitspraken:

ABRvS 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:744:
“De afwijkingen van de ontwerpen zijn naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat wezenlijk andere plannen voorliggen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de hoofdstructuur van de plannen niet is gewijzigd, nu zowel de ontwerpen als de vastgestelde plannen op de verbreding van de spoorlijn en de Driebergseweg/Hoofdstraat zien. Voorts hebben de wijzigingen slechts betrekking op een beperkt gedeelte van het plangebied.”

ABRvS 30 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9958:
"Vaststaat dat de raad in dit geval het plan heeft vastgesteld met een aantal wijzigingen. Hetgeen de Stichting heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het plan geen verandering brengt in het gebruik van het perceel, dat bestemd blijft voor maatschappelijke doeleinden. Ook is de omvang van de wijziging waarop de Stichting doelt, in het licht bezien van de totale omvang van het plangebied, beperkt.”

Herstelbesluit & wijzigingen

Nadat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is genomen, kan de raad hangende de beroepsprocedure bij de ABRvS ook nog wijzigingen doorvoeren in het plan. De beroepsgronden kunnen hier onder meer aanleiding toe geven. De raad kan dan een herstelbesluit nemen, bijvoorbeeld om tegemoet te komen aan de wensen van appellanten of om bepaalde gebreken te repareren. Dit herstelbesluit strekt ertoe om het bestemmingsplan met toepassing van artikel 3.1 Wro opnieuw (gewijzigd) vast te stellen. Dit kwalificeert als een vervangend c.q. herstelbesluit als bedoeld in artikel 6:19 Awb. Dit artikel is van processuele aard en bepaalt dat de ingediende beroepen tegen het vaststellingsbesluit van rechtswege mede betrekking hebben op het herstelbesluit.

Procedureel

De hoofdregel is dat de raad dit herstelbesluit dient voor te bereiden met toepassing van afdeling 3.4 Awb. Met andere woorden: een ontwerp van het herstelbesluit moet ter inzage worden gelegd, waartegen opnieuw zienswijzen kunnen worden ingediend. In onder andere een uitspraak van 8 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1080) overwoog de ABRvS dat daarop twee uitzonderingen mogelijk zijn:

11.1. Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie de tussenuitspraak van 22 februari 2012 in zaak nr. 201012762/1/T1/R1 en de uitspraak van 16 april 2014 in zaak nr. 201304185/1/R4, www.raadvanstate.nl) volgt dat een bestuursorgaan een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb dat strekt tot wijziging van een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, in beginsel dient voor te bereiden met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb indien het oorspronkelijke besluit met toepassing van die afdeling is voorbereid. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. De raad kan na de vaststelling van het plan waarbij de zienswijze van een appellant niet of niet geheel is gehonoreerd, alsnog besluiten dat deze zienswijze dient te leiden tot een aanpassing van het plan, mits deze aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. Verder wordt als uitzondering aangenomen de situatie dat het besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb wijzigingen van ondergeschikte aard bevat die de raad zonder dat de tegen het ontwerpplan ingediende zienswijzen daartoe aanleiding gaven, in het plan wil doorvoeren.

Beoordeeld moet dus te worden of de aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld (ingeval zienswijzen alsnog worden gehonoreerd), dan wel of de wijzigingen van ondergeschikte aard zijn (ingeval de raad ambtshalve wijzigingen doorvoert). Gelet op deze bewoordingen verbaast het niet dat de speelruimte van de raad om in een herstelbesluit ambtshalve wijzigingen door te voeren minder groot is dan wanneer er aanpassingen worden gedaan om aan de wensen van appellanten tegemoet te komen. Dat is een verschil met de gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerpplan: dan worden ambtshalve wijzigingen beoordeeld in het kader van “een wezenlijk ander plan”.

Meer weten?

Wilt u meer weten over bestemmingsplannen of wijziging hiervan hangende een procedure? Neem dan contact op met Joyce de Bruijn of een van de andere specialisten van Dirkzwager.

Gerelateerd

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
Afdeling bestuursrechtspraak bekrachtigt onteigeningsbeschikking onder de Omgevingswet in hoger beroep

Raad van State: eerste uitspraak in hoger beroep bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling voor het eerst in hoger beroep uitspraak gedaan in een procedure tot bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking onder...

Gerechtshof Den Haag: Veevoerproducenten hebben geen recht op nadeelcompensatie voor omzetderving door uitkoop veehouderijen

In zijn arrest van 27 januari 2026 heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld dat twee veevoerproducenten geen recht hebben op nadeelcompensatie voor...

Novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting: aanpassing regeling voorkeursrecht Omgevingswet

Op 13 januari 2026 heeft de regering een novelle bij het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) ingediend bij de Tweede Kamer. De novelle...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen