De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Woningcorporaties voor WNT Blok gezet

Woningcorporaties voor WNT Blok gezet

De Wet normering topinkomens in de (semi-)publieke sectoren (WNT) wordt op 1 januari 2013 van kracht. Op 26 november 2012 heeft minister Blok (voor Wonen en Rijksdienst) de volgende stap gezet voor de bezoldigingen bij woningcorporaties. De minister deelt de corporaties vanaf 2013 in categorieën in op basis van aantal woongelegenheden. Hierop dient de maximale bezoldiging van topfunctionarissen gebaseerd te worden.Tweede Kamer (WNT)Door de Tweede Kamer werden in 2011 woningcorporaties (net al...
Auteur artikelHenk Hoving
Gepubliceerd04 december 2012
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De Wet normering topinkomens in de (semi-)publieke sectoren (WNT) wordt op 1 januari 2013 van kracht. Op 26 november 2012 heeft minister Blok (voor Wonen en Rijksdienst) de volgende stap gezet voor de bezoldigingen bij woningcorporaties. De minister deelt de corporaties vanaf 2013 in categorieën in op basis van aantal woongelegenheden. Hierop dient de maximale bezoldiging van topfunctionarissen gebaseerd te worden.

Tweede Kamer (WNT)

Door de Tweede Kamer werden in 2011 woningcorporaties (net als zorginstellingen) onder het eerste (strengste) regime van de WNT gebracht, de zogenaamde publieke sector. Hierdoor is het niet mogelijk dat een sectorbrede branchecode voor de beloning van topbestuurders vastgesteld wordt of van kracht blijft. Voor de woningcorporaties is dit de sectorbrede beloningscode Bestuurders Woningcorporaties van de VTW.  Wel heeft de minister wie het aangaat de bevoegdheid op grond van de artikelen 2.7 en 2.9 WNT om vanaf  2013 nadere beloningsregels vast te stellen. Uitgangspunt is een indeling in klassen met gedifferentieerde maxima van de beloningen.

Sectornormen woningcorporaties

De minister voor Wonen en Rijksdienst heeft op 26 november 2011 nadere beloningsregelingen vastgesteld. De maximale bezoldiging van een topfunctionaris is voortaan gekoppeld aan  het aantal woongelegenheden:

tot en met 1.000                     €  60.000

van 1.001 t/m 2.500               €  70.000

van 2.501 t/m 5.000               €  85.000

van 5.001 t/m 10.000             € 105.000

van 10.001 t/m 25.000           € 130.000

van 25.001 t/m 50.000           € 165.000

van 50.001 t/m 75.000           € 195.000

meer dan 75.000                    maximum WNT

Uit onderzoek in de sector woningcorporaties is recent gebleken dat de gemiddelde bezoldiging van bestuurders in 2011 € 95.000,- bedroeg en daarmee (wederom) hoger is dan in het voorgaande jaar, circa € 91.000,- (2010). De minister vindt dit zeer teleurstellend, na jaren van discussie had op zijn minst een stabilisatie de sector gesierd.

Wettelijke normbedragen

De wettelijke normbedragen bestaan uit drie onderdelen. Bedragen voor beloning, pensioen en onkosten. De drie onderdelen werken als communicerende vaten. Uitgangspunt is dat de drie onderdelen de in totaal gestelde normen niet mogen overschrijden.

De werkgeversbijdrage voor de sociale verzekeringspremies is niet genormeerd omdat de hoogte ervan wettelijk wordt bepaald.

Winstuitkeringen, bonusbetalingen en andere vormen van variabele beloning zijn verboden. Uitkeringen wegens het beëindigen van het dienstverband zijn toegestaan tot de beloning van het jaar voorafgaand, met een maximum van € 75.000,-.

Toezicht en handhaving

Het zwaartepunt bij de controle op de naleving van de WNT ligt bij de accountant. Deze heeft bij een vermoeden van overtreding, indien herstel uitblijft, een meldplicht bij de minister voor Wonen en Rijksdienst (voor zover het woningcorporaties betreft).

Overgangsrecht WNT

De minister haakt in de bedoelde Regeling voor woningcorporaties voor het overgangsrecht aan bij de WNT (artikel 7.3). Uitgangspunt is dat bestaande hogere beloningen gerespecteerd worden, indien zij golden vóór 6 december 2011 (aanvaarding wetsvoorstel door Tweede Kamer). Dan geldt een overgangstermijn van 4 + 3 jaar. De laatste 3 jaar vindt een verplichte afbouw plaats.

Het is zeer de vraag of de minister bij het overgangsrecht van de bedoelde Regeling voor de woningcorporaties wel zo makkelijk kan/mag aansluiten bij het overgangsrecht van de WNT. De bedoelde Regeling komt immers redelijk plotseling uit de lucht vallen, terwijl voor de WNT geldt dat sprake is van een jarenlange discussie en voorbereiding, met als sluitstuk de aanvaarding in de Tweede Kamer op 6 december 2011. Over het overgangsrecht is uitgebreid gediscussieerd, aan de hand van deskundige adviezen uit de  juridische wetenschap en door de Raad van State. Het bij de bedoelde Regeling voor woningcorporaties zonder meer aanhaken bij het toch al bijzondere overgangsrecht van de WNT (waarover waarschijnlijk  niet het laatste woord gezegd is) lijkt te ambitieus en dus een stap te ver.

Andere sectoren o.a. zorg

De betreffende minister kan op grond van de artikelen 2.7 en 2.9 WNT ook voor de onder hem/haar ressorterende sectoren specifieke bezoldigingsnormen vaststellen. Dit zou kunnen gaan gelden voor de zorg, via de minister van VWS.

Regeerakkoord VVD-PvdA

In het regeerakkoord van 29 oktober 2012 staat dat de beloningsnorm niet langer 130 maar 100% van het ministerssalaris zal zijn. Dit houdt een reductie met 30% van de beloningsmaxima in de WNT, zoals die op 1 januari 2013 in werking treedt. Hiervoor wordt nieuwe wetgeving in de loop van 2013, dus een wijziging van de dan geldende WNT, voorbereid.

Op deze kennispagina is over de WNT regelmatig gepubliceerd. Ook in de toekomst houd ik u via deze kennispagina op de hoogte.