1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Zieke werknemer met astma heeft recht op achterstallig loon en wedertewerkstelling

Arbeidsrecht en Transport (1): (zieke) werknemer met astma heeft recht op (achterstallig) loon en wedertewerkstelling

Het arbeidsrecht en de transportsector is en blijft een interessante combinatie. Eerder dit jaar heeft de rechter nog geoordeeld dat Hongaarse chauffeurs toch echt recht hebben op het loon dat volgens de cao Beroepsgoederenvervoer geldt en niet het veel lagere, Hongaarse loon. Vaak worden dergelijke ‘voorbeeldzaken’ niet gewezen, maar dat wil niet zeggen dat het niet ‘leeft’ in de transportsector. Laatstelijk kreeg een transportbedrijf namelijk de deksel op zijn neus en werden alle vorderingen van de werknemer toegewezen. Wat was er aan de hand?
Leestijd 
Auteur artikel Stefan Kleijer
Gepubliceerd 27 oktober 2021
Laatst gewijzigd 27 oktober 2021
 

Feiten

De zaak diende in kort geding bij de Rechtbank Gelderland. Werknemer was al sinds 2 oktober 2006 in dienst bij werkgever, een transportbedrijf. De chauffeurs vervoeren bloemen en planten van en naar Italië waarbij er een chauffeurswissel plaatsvindt bij de grens van Basel, Zwitserland. Op de arbeidsovereenkomst van werknemer was de cao Beroepsgoederenvervoer van toepassing.

In de vrachtwagens is vaak een rookgeur aanwezig en wordt door chauffeurs gebruikgemaakt van andere geurende middelen zoals luchtverfrissers. Omdat werknemer last heeft van astma en de chauffeurswissel met zich brengt dat anderen in dezelfde vrachtwagen als werknemer rijden, valt werknemer op 1 oktober 2018 wegens zijn astma langdurig uit. Werkgever betaalt gedurende 104 weken het loon tijdens ziekte door.

Twee maanden voor het einde van de loondoorbetalingsplicht tijdens ziekte krijgt werkgever een loonsanctie opgelegd van het UWV. Werkgever zou de op haar rustende re-integratieverplichtingen niet voldoende zijn nagekomen. Het loon van werknemer moet derhalve tot 27 september 2021 doorbetaald worden, een verlenging van een jaar.

Werkgever is het hier niet mee eens en gaat in bezwaar en, na een ongegrondverklaring (op 2 december 2020), in beroep. Op 8 december 2020 wordt werkgever door de gemachtigde van werknemer gesommeerd om het ontstane arbeidsconflict op te lossen, aanpassingen op de werkplek door te voeren en werknemer, gelet op de loonsanctie, het salaris bij ziekte overeenkomstig de cao uit te betalen, met terugwerkende kracht.

In onderhavig geschil staat de procedure bij de bestuursrechter omtrent de loonsanctie dan ook niet centraal, die loopt immers nog, maar de procedure bij de civiele rechter over de vorderingen van werknemer:

  • Wedertewerkstelling
  • Betaling (achterstallig) salaris
  • Wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

Oordeel

Wedertewerkstelling

Zowel de bedrijfsarts (in september en november 2020) als de arbeidsdeskundige van het UWV (in december 2020) hebben geoordeeld dat werknemer geschikt is om zijn eigen werkzaamheden uit te voeren, mits zijn werkplek wordt aangepast. Deze aanpassing zou dan gelegen zijn in het rook- en geurvrij maken van de vrachtwagen waarin werknemer rijdt, conform het arbeidsdeskundig advies. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige opgemerkt dat werknemer voor zijn ziekmelding een eigen vrachtwagen tot zijn beschikking had, waarin niet werd gerookt of andere geurende middelen werden gebruikt.

Op grond van artikel 7:658a BW moet een werkgever in beginsel de eigen arbeid, waaronder de werkplek, van een werknemer die wegens ziekte niet in staat is de overeengekomen arbeid te verrichten, aanpassen. Dus ook het rook- en geurvrij maken van de vrachtwagen, aldus de werknemer. De rechter gaat hierin mee en oordeelt dat het op de weg van de werkgever had gelegen om hiertegen voldoende onderbouwd verweer te voeren. Dit heeft zij niet of onvoldoende gedaan. Werkgever heeft enkel aangevoerd dat het door een bedrijfsorganisatorische wijziging niet mogelijk is om met een eigen vrachtwagen te rijden. Los daarvan geeft de werkgever geen reden op waarom zij de werkplek niet ‘gewoon’ rook- en geurvrij kan maken. De werknemer moet aldus weer toegelaten worden tot zijn werkzaamheden.

Betaling (achterstallig) salaris

In artikel 16 lid 4 van de cao is geregeld dat een werknemer die ten minste een jaar lang in dienst is ten tijde van de eerste ziektedag een aanvulling krijgt op zijn loon tot 100% gedurende de loondoorbetalingsperiode van 104 weken. Werkgever stelt dat zij ten onrechte deze aanvulling heeft voldaan aan werknemer en vanaf het derde ziektejaar ook niet gehouden is om meer dan 70% van het overeengekomen loon te voldoen.

De rechter gaat hier echter niet in mee, aangezien werknemer na het einde van de loondoorbetalingsplicht arbeidsgeschikt was. Het niet werken door werknemer was niet gelegen in arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, maar vanwege het feit dat werkgever hem niet in de gelegenheid stelde zijn werkzaamheden te verrichten. De grondslag van de loonvordering is dan ook, terecht, gebaseerd op artikel 7:628 BW.

Wettelijke verhoging en rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

Ook de vorderingen ten aanzien van de wettelijke verhoging (zij het gematigd tot 20%), de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten worden toegewezen.

Afsluitend

Dat de werkgever in deze zaak van een koude kermis thuiskwam is een understatement. De gevraagde aanpassing van de werkplek komt mij alleszins redelijk voor. In mijn ogen zijn er voldoende middelen om een vrachtwagencabine rook- en geurvrij te krijgen (en vooral ook te houden), denk aan een luchtventilatiesysteem of een strengere handhaving van het bedrijfsreglement dat roken in cabines verbiedt.

De werkgever leunde te veel op de lopende procedure bij de bestuursrechter omtrent de al dan niet onterechte loonsanctie.