1. Home
  2. Kennis

Onze kennis Sterker door kennis

Dirkzwager deelt actief kennis met iedereen die juridische of fiscale informatie nodig heeft. Waarom? Om het niveau van onze dienstverlening te verhogen en ons netwerk te vergroten. Kennis delen is kracht. Het geeft de cliënt inzicht en maakt samenwerking en advisering doelgerichter. Kennis delen vormt de basis van alles wat we doen.
3 filter(s) actief

Expertise

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Sector

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Thema

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Auteur

Selecteer de gewenste filteritems

  • U heeft geselecteerd:
  • Combineren met:
  • Combinatie niet mogelijk met:
Zoekopdracht delen:
Aantal resultaten: 19

Inzage in het medisch dossier van een overleden patiënt (3): zwaarwegend belang

Het inzagerecht voor nabestaanden en andere personen in het medisch dossier van een overleden patiënt is wettelijk geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. In een vierdelige blogreeks bespreken wij uitgebreid de vier gronden op basis waarvan een persoon recht heeft op inzage van het medisch dossier van een overleden patiënt. Daarbij behandelen wij ook de in januari 2021 verschenen ‘Handreiking Inzage in medische dossiers door nabestaanden’ van de KNMG en PFN.

Aandachtspunten bij samenwerkingsverbanden in de zorg: verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

Ontwikkelingen in het zorglandschap, zoals de veranderende zorgvraag en meervoudige zorgbehoeften, noodzaken zorgaanbieders om meer en efficiënter samen te werken. Bij het vormgeven en inrichten van een samenwerkingsverband worden de samenwerkingspartners voor tal van uitdagingen en vraagstukken gesteld. Niet alleen moet er een geschikte samenwerkingsvorm (contractueel samenwerkingsverband of een gezamenlijke juridische entiteit) worden gekozen, ook ten aanzien van de positie van patiënten, medewerkers, privacy en intellectueel eigendom moeten er keuzes worden gemaakt. Dit artikel van de artikelenreeks ‘Aandachtspunten bij samenwerkingsverbanden in de zorg’ gaat over de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de samenwerkingspartners.

Inzage in het medisch dossier van een overleden patiënt (2): mededeling van een incident

Het inzagerecht voor nabestaanden en andere personen in het medisch dossier van een overleden patiënt is wettelijk geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. In een vierdelige blogreeks bespreken wij uitgebreid de vier gronden op basis waarvan een persoon recht heeft op inzage van het medisch dossier van een overleden patiënt. Daarbij behandelen wij ook de in januari 2021 verschenen ‘Handreiking Inzage in medische dossiers door nabestaanden’ van de KNMG en PFN.

Inzage in het medisch dossier van een overleden patiënt (1): toestemming van de patiënt

Het inzagerecht voor nabestaanden en andere personen in het medisch dossier van een overleden patiënt is wettelijk geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. In een vierdelige blogreeks bespreken wij uitgebreid de vier gronden op basis waarvan een persoon recht heeft op inzage van het medisch dossier van een overleden patiënt. Daarbij behandelen wij ook de in januari 2021 verschenen ‘Handreiking Inzage in medische dossiers door nabestaanden’ van de KNMG en PFN.

Het beëindigen van de zorg aan een patiënt: wanneer is sprake van een gewichtige reden?

Een eenmaal met de patiënt tot stand gekomen behandelingsovereenkomst kan niet zonder meer eenzijdig worden opgezegd door de hulpverlener. De wet schrijft voor dat de hulpverlener de overeenkomst enkel kan opzeggen in geval van 'gewichtige redenen'. Maar wanneer is hier nu precies sprake van? In dit blog gaan wij nader op deze vraag in en behandelen we de meest actuele versie van de KNMG Richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’. Niet alleen interessant voor artsen in de cure en care sector, maar ook voor andere hulpverleners die te maken hebben met een mogelijke zorgbeëindigingssituatie.

Beslissingen over leven of dood bij ‘code zwart’, wat zijn juridische gevolgen voor hulpverleners?

De wereld is op dit moment in de ban van het coronavirus. Ook in Nederland staat het zorgsysteem als gevolg van het virus onder druk. Om de druk op het zorgsysteem te verlichten heeft de Nederlandse overheid de afgelopen weken maatregelen getroffen: een intelligente lockdown, een uitbreiding van de IC-capaciteit, uitstel van planbare zorg en de inzet van niet-praktiserende artsen, verpleegkundigen en coassistenten. De laatste dagen lijkt het aantal nieuw besmette patiënten dat op de intensive care (IC) wordt opgenomen wat af te vlakken. Dit is voorzichtig positief nieuws. Toch heeft men de afgelopen tijd moeten nadenken over de vraag: wat als de genomen maatregelen niet genoeg blijken te zijn? Een tekort aan IC-bedden kan er in het worst case-scenario toe leiden dat een hulpverlener de bijna onmenselijke keuze moeten maken welke patiënt wel en welke patiënt niet (meer) voor behandeling op de IC in aanmerking komt. Dit uiteindelijk zelfs op basis van andere criteria dan uitsluitend medische. Dit scenario wordt ook wel ‘code zwart’ genoemd. Hoe dient de hulpverlener hier vanuit juridische optiek mee op te gaan? En kan hij hiervoor (tuchtrechtelijk) aansprakelijk worden gehouden? In dit blog gaan wij hier nader op in.

Voorstel VWS: Verschaf huisartsenpost en SEH sneller inzage in medische gegevens van coronapatiënten via het elektronisch uitwisselingssysteem

Het ministerie van VWS werkt aan een tijdelijke regeling waarin is geregeld dat zorgverleners op de spoedeisende hulp en de huisartsenpost sneller inzage in medische gegevens van (vermoedelijke) coronapatiënten kunnen krijgen. Dit voornemen is voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft bij brief laten weten hier geen bezwaren tegen te hebben, mits aan strenge voorwaarden is voldaan. Zo benadrukt de AP dat ook in deze tijdelijke regeling het toestemmingsvereiste voor raadpleging leidend blijft, tenzij een patiënt niet meer in staat is om zijn wil te uiten. In dit blog lichten wij de voorgestelde tijdelijke regeling en de reactie van de AP hierop nader toe.

Het coronavirus, het medisch beroepsgeheim en de meldingsplicht van de arts

Het coronavirus (ook wel 'COVID-19') is op 28 januari 2020 door de Minister voor Medische Zorg aangemerkt als een groep A-infectieziekte in de zin van de Wet publieke gezondheid ('Wpg'). Dit brengt met zich dat een arts die bij een patiënt het coronavirus vaststelt of een vermoeden heeft van besmetting met het virus, dit moet melden aan de gespecialiseerd arts infectieziektebestrijding van de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD).

Het coronavirus en de borging van het aanbod van (acute) zorg door zorgaanbieders via het Regionaal Overleg Acute Zorgketen

De regering heeft gisteren op advies van het RIVM nieuwe maatregelen afgekondigd om de verspreiding van het coronavirus (ook wel 'COVID 19') in Nederland tegen te gaan. In het kader van het monitoren van de continuïteit het aanbod van (acute) zorg is mogelijk ook een rol weggelegd voor het Regionaal Overleg Acute Zorgketen ('ROAZ'), dat op regionaal niveau de samenwerking binnen de acute zorg mogelijk maakt en waarborgt. In dit blog bespreken wij de positie van het ROAZ en het nut van dit overleg voor zorgaanbieders in het kader van het coronavirus.

Wel of geen FG in de zorg: meer duidelijkheid door de AP?

Moeten wij met de komst van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) wel of geen functionaris voor de gegevensbescherming (FG) aanwijzen? Deze vraag hebben zorgaanbieders de laatste tijd vaak aan ons gesteld. De AVG verplicht zorgaanbieders die hoofdzakelijk belast zijn met grootschalige verwerking van gezondheidsgegevens een FG aan te stellen. Maar wanneer is dan sprake van een dergelijke ‘grootschalige verwerking’? Gisteren heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) hier via een nieuwsbericht op haar website deels duidelijkheid over gegeven.

1 2