1. Home
  2. Kennis

Onze kennis Sterker door kennis

Dirkzwager deelt actief kennis met iedereen die juridische of fiscale informatie nodig heeft. Waarom? Om het niveau van onze dienstverlening te verhogen en ons netwerk te vergroten. Kennis delen is kracht. Het geeft de cliënt inzicht en maakt samenwerking en advisering doelgerichter. Kennis delen vormt de basis van alles wat we doen.
7 filter(s) actief

Expertise

Selecteer de gewenste filteritems

  • U heeft geselecteerd:
  • Combineren met:
  • Combinatie niet mogelijk met:

Sector

Selecteer de gewenste filteritems

Thema

Selecteer de gewenste filteritems

  • Combinatie niet mogelijk met:

Auteur

Selecteer de gewenste filteritems

  • U heeft geselecteerd:
  • Combineren met:
  • Combinatie niet mogelijk met:
Zoekopdracht delen:
Aantal resultaten: 26

Geen onderneming bij omvangrijke vastgoedbelegging: impact op verschillende heffingen?

Vrijdag 17 september heeft de Hoge Raad een tweetal arresten gewezen over het begrip ‘materiële onderneming’ bij de exploitatie van onroerende zaken door een Vastgoed-BV. In de arresten ging het om de zogenoemde toepassing van de geruisloze terugkeerfaciliteit en bedrijfsopvolgingsfaciliteit. De Hoge Raad oordeelde dat een Vastgoed-BV met een omvangrijke vastgoedportefeuille geen onderneming dreef. In deze blog gaan wij in op de arresten en de impact op de andere belastingheffingen, zoals bij de belastingheffing bij vastgoedexploitanten in privé ten aanzien van de kwalificatie box 1 (onderneming / werkzaamheid) en box 3 (belegging).

Heffingsvermindering verhuurderheffing: uitstel van winstneming in de vennootschapsbelasting?

De afgelopen periode zijn er verschillende ontwikkelingen geweest met betrekking tot de heffingsvermindering verhuurderheffing. In deze blog gaan wij in op de vennootschapsbelastingaspecten van de heffingsvermindering verhuurderheffing naar aanleiding van de conclusie van Advocaat-Generaal Wattel. Voor een algemene uitleg over de heffingsvermindering verhuurderheffing en de verlenging van de aanvraagtermijn voor definitieve investeringsverklaringen wijzen wij naar onze andere blog.

Heffingsvermindering verhuurderheffing: meer mogelijkheden door termijnverlenging

De afgelopen periode zijn er verschillende ontwikkelingen geweest met betrekking tot de heffingsvermindering verhuurderheffing. In deze blog gaan wij eerst in op de algemene aspecten van de heffingsvermindering verhuurderheffing om vervolgens in te gaan op de verlenging van de aanvraagtermijn voor definitieve investeringsverklaringen. In een afzonderlijke blog gaan wij in op de vennootschapsbelastingaspecten van de heffingsvermindering verhuurderheffing naar aanleiding van de conclusie van Advocaat-Generaal Wattel.

Mogelijke aanpassing van het fiscale regime voor de CV én het FGR

Op 29 maart 2021 is het consultatiedocument gepubliceerd door het ministerie van Financiën over de aanpassing van het fiscale regime voor de Commanditaire Vennootschap (CV), het Fonds voor Gemene rekening (FGR) en andere vergelijkbare buitenlandse vennootschappen. Hierin wordt voorgesteld om het toestemmingsvereiste voor de CV en het FGR af te schaffen, het open FGR te herdefiniëren in de wet en een aanvullende methode op te nemen voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse vennootschappen. De wijzigingen zouden met ingang van 1 januari 2022 in werking moeten treden. Een dergelijke aanpassing zou grote fiscale gevolgen voor de praktijk met zich kunnen meebrengen. In deze blog signaleren wij alvast enkele belangrijke fiscale aspecten van het consultatiedocument voor de praktijk.

De anti-misbruikbepaling voor lichamen met een herinvesteringsreserve (HIR)

Voor de heffing van vennootschapsbelasting zijn verschillende maatregelen opgenomen om ongewenste handel in lichamen (zoals BV’s) met herinvesteringsreserves tegen te gaan. Eén van deze maatregelen is aan de orde in deze te bespreken uitspraak. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de herinvesteringsreserve in 2011 terecht aan de winst van de BV heeft toegevoegd vanwege de aandelenoverdracht voorafgaand aan de aankoop van onroerende zaak.

Open fonds voor gemene rekening bij 98%-2% belangenverhouding!

In de praktijk wordt regelmatig een open fonds voor gemene rekening (hierna: open FGR) opgezet voor onder andere beleggings- en vermogensbeschermingsstructuren. De Belastingdienst stelt voor de kwalificatie van een open FGR doorgaans strenge eisen. Uit een uitspraak van Rechtbank Gelderland blijkt dat de Belastingdienst in de aanhangige casus de belangeneis van 90-10% voor een open FGR te strikt uitlegt.

UPDATE: VOORSTEL INGETROKKEN - Aanpassing box 3-regime: de gevolgen voor de vastgoedbelegger in privé

De staatssecretaris van Financiën heeft op vrijdag 6 september 2019 in een brief aan de Tweede Kamer de contouren geschetst voor de aanpassing van de vermogensrendementsheffing in de inkomstenbelasting in box 3. Naar verwachting werkt het Ministerie van Financiën voor de zomer van 2020 een wetsvoorstel uit voor de Tweede Kamer, waarna het aangepaste box 3-regime per 1 januari 2022 in werking treedt. In deze blog behandelen wij de gevolgen van de aanpassing voor de vastgoedbelegger in privé.

Wetsvoorstel belastingheffing bovenmatige schulden aan eigen BV ingediend bij Tweede Kamer

Op Prinsjesdag 2018 kondigde het kabinet een wetsvoorstel aan op basis waarvan inkomstenbelasting in box 2 zou worden geheven over het bovenmatige gedeelte van schulden aan de vennootschap van de directeur-groot-aandeelhouder en andere aanmerkelijkbelanghouder (hierna tezamen: AB-houder). Een conceptwetsvoorstel is ter consultatie aangeboden aan geïnteresseerden. Op 17 juni 2020 is een definitief wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel komt grotendeels overeen met het conceptwetsvoorstel, al zijn er ook aanpassingen te ontdekken. In dit artikel wordt daarop ingegaan.

Box 3 vastgoed: ontwikkeling van vastgoed in privé?

In de praktijk signaleren wij steeds vaker dat vastgoedbeleggers ontwikkelwerkzaamheden (laten) verrichten met betrekking tot hun vastgoedportefeuilles die als privé vermogen worden aangehouden. Voor de heffing van inkomstenbelasting speelt dan de discussie in hoeverre het vastgoed nog wel kwalificeert als belegging in box 3. De ontwikkelwerkzaamheden zouden dan immers kunnen kwalificeren als onderneming of werkzaamheid in box 1. In deze blog gaan wij in op de relevante inkomstenbelastingaspecten bij vastgoedontwikkeling in privé aan de hand van een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank namelijk dat een voordeel vanwege de verbouwing van een voormalig postkantoor kwalificeert als resultaat uit overige werkzaamheid in box 1 voor belanghebbende.

Hoge Raad bevestigt 2% overdrachtsbelastingtarief bij kantoortransformaties!

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 november 2019 geoordeeld, dat bij transformaties van kantoren naar woningen het lage (2%) tarief in de overdrachtsbelasting van toepassing is. De procedure is gevoerd door Gerton Rademaker van ons kantoor. Hij heeft de procedure gevoerd namens de projectontwikkelaar.

Herinvesteringsreserve: voornemen tot herinvestering ondanks latere afsplitsing en verkoop aandelen binnen concern

Belanghebbende is een onroerend zaak vennootschap en heeft een herinvesteringsreserve (hierna: HIR) gevormd. Rechtbank Gelderland oordeelt dat belanghebbende aannemelijk maakt dat zij een herinvesteringsvoornemen heeft. Het voornemen is namelijk in 2007 door belanghebbende kenbaar gemaakt. Verder heeft belanghebbende in haar aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren 2007 tot en met 2009 een HIR gevormd. In 2010 heeft belanghebbende een vervangende investering gedaan.

Vastgoedtransacties: de herinvesteringsreserve opnieuw aantrekkelijk?

De vastgoedmarkt is de laatste jaren enorm aangetrokken, waardoor vastgoed flink in waarde is gestegen. De verkoop van vastgoed door een vastgoedexploitant in zijn BV leidt in principe tot de heffing van vennootschapsbelasting over de gerealiseerde waarde (ofwel: boekwinst). Deze heffing kan een BV uitstellen door een herinvesteringsreserve te vormen voor de gerealiseerde boekwinst. Dit leidt tot een liquiditeitsvoordeel en rentevoordeel. Gezien de verwachte verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven op basis van het Belastingplan 2019 van maximaal 25% in 2019 naar maximaal 20,5% in 2021 is de vorming van een HIR extra fiscaal voordelig geworden. In deze blog gaan wij nader in op de aspecten van een HIR aan de hand van praktijkvoorbeelden.

1 2 3