Aanvullingen op het besluit vrijstelling vennootschapsbelasting in de zorg (2019)

10 januari 2020
Het besluit van 22 december 2018 voor de vrijstelling in de vennootschapsbelasting in de zorg is op 13 december 2019 aangevuld met beleid voor de jeugdzorg. Bovendien zijn enkele wijzigingen en versoepelingen aangebracht in de governance-vereisten bij Zorg-BV's als (klein)dochtermaatschappijen van zorgorganisaties. In dit artikel wordt ingegaan op deze aanvullingen.
Dennis Nijssen
Dennis Nijssen
Fiscalist - Partner
In dit artikel

Het herziene besluit van 22 december 2018 (zie ons artikel van 1 maart 2019) bevatte - naast een actualisering - een aantal nieuwe beleidsstandpunten en een overgangsmaatregel, waarmee getracht werd beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de zorgsector. In dit besluit was (nog) geen aandacht besteed aan de toepassing van de zorgvrijstelling voor activiteiten in het kader van de jeugdhulpverlening. Ten aanzien van de governance van een Zorg-BV en de bestuurlijke topstichting zijn wijzigingen en versoepelingen aangebracht. De Staatssecretaris heeft het aangepaste besluit op 13 december 2019 gepubliceerd. Klik hier voor de volledige tekst van het besluit.

1. Inleiding

Zorgorganisaties kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op een subjectieve vrijstelling voor de vennootschapsbelasting. De twee belangrijke vereisten voor de toepassing van deze vrijstelling zijn dat het zorglichaam:

1) uitsluitend (100%) of nagenoeg uitsluitend (90%) zorgwerkzaamheden verricht als in de wet bedoeld (werkzaamhedeneis).

Onder zorgwerkzaamheden wordt verstaan a) het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen en b) het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met ene verstandelijke of lichamelijke beperking (sociale werkbedrijven);

2) van publiekrechtelijke aard is, en als dat niet zo is maar wel winst behaalt, deze uitsluitend kan aanwenden ten bate van een subjectief vrijgesteld zorglichaam of een algemeen maatschappelijk belang (winstbestemmingseis).

Voor de praktijk was een belangrijke vraag of de activiteiten van jeugdhulpaanbieders kunnen worden begrepen onder zorgwerkzaamheden als bedoeld in de werkzaamhedeneis van de wet. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het begrip zorg in het basispakket voor de zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en aanverwante wetgeving. Vanzelfsprekend dienen jeugdhulpaanbieders voor de toepassing van de vrijstelling ook te voldoen aan de winstbestemmingseis genoemd onder 2).

Hieronder wordt het recent gepubliceerde beleid van de Staatssecretaris op dit punt kort weergegeven.

2. Jeugdhulpaanbieders

Sinds de invoering van de Jeugdwet per 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering van hun minderjarige inwoners. De gemeenten bekostigen de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Waar voorheen op basis van de Wet op de jeugdzorg instellingen gesubsidieerd werden, vindt de bekostiging sinds de invoering van de Jeugdwet meestal op contractbasis plaats. Jeugdhulporganisaties die georganiseerd zijn in een stichting of vereniging zullen daardoor opnieuw moeten toetsen of sprake is van subjectieve belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, omdat ze geen beroep meer kunnen doen op bestaande vrijstellingen of beleid ten aanzien van subsidies. Voor hulporganisaties in de rechtsvorm van een BV, NV of coöperatie is subjectieve belastingplicht in principe al aanwezig op grond van de wet.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de jeugdhulporganisatie in aanmerking komt voor de zorgvrijstelling. De vraag die dan opkomt is of de activiteiten van de jeugdhulporganisatie voldoen aan de werkzaamhedentoets (90%-eis) en meer specifiek aan het begrip zorgwerkzaamheden. Jeugdhulporganisaties verrichten doorgaans een breed scala aan werkzaamheden die niet allemaal vallen onder de begrippen genezen, verzorgen en verplegen als bedoeld in de zorgvrijstelling.

De Staatssecretaris is van mening dat onder zorgwerkzaamheden voor de toepassing van de zorgvrijstelling in ieder geval niet kunnen worden begrepen:

  • niet-medische begeleiding van kinderen in het (speciaal) onderwijs;
  • onderzoek en opleiding (workshops, cursussen) op het gebied van jeugdhulp;
  • werkzaamheden die zien op opvoedingsproblemen in alle situaties waarin de jeugdige zelf geen medische beperking heeft. Onder medische beperking wordt verstaan een lichamelijke, zintuiglijke, somatische, gediagnosticeerde psychische of verstandelijke beperking;
  • de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering die op grond van de Jeugdwet worden verricht.

Deze lijst is niet limitatief.

Werkzaamheden in de vorm van ondersteuning, hulp of zorg op grond van de Jeugdwet en die volgens de Staatssecretaris wel kwalificeren voor de zorgvrijstelling zijn bijvoorbeeld:

  • zorg ten behoeve van jeugdigen vanwege een verstandelijke of lichamelijke beperking van die jeugdigen;
  • begeleiding, inhoudende het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een lichamelijke, zintuiglijke, somatische, gediagnosticeerde psychische of verstandelijke beperking;
  • geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen, voor zover het zorg betreft waarop voor meerderjarigen aanspraak bestaat op grond van het basispakket Zvw of de Wlz;
  • het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een lichamelijke, zintuiglijke, somatische, gediagnosticeerde psychische of verstandelijke beperking.

Ook deze lijst is niet limitatief.

Ons commentaar

Het is voor de praktijk waardevol dat de Staatssecretaris het bestaande besluit uit 2018 heeft aangevuld met beleid voor jeugdhulporganisaties. Het biedt nu (meer) handvatten waarmee getoetst kan worden of organisaties - nog steeds - aan de voorwaarden voor de zorgvrijstelling voldoen. In voorkomende gevallen zal overleg met de Belastingdienst nodig zijn of kunnen eerder vastgelopen discussies weer worden opgestart.

Voor jeugdhulporganisaties is het belangrijk op korte termijn te toetsen of aan alle voorwaarden voor toepassing van de zorgvrijstelling wordt voldaan. Dat geldt niet alleen voor de werkzaamheden zelf maar ook ten aanzien van de inhoud van de statuten. In voorkomende gevallen zullen door een herstructurering van activiteiten eventuele nadelige fiscale gevolgen kunnen worden voorkomen of beperkt. Voor bepaalde werkzaamheden zal de zorgvrijstelling wellicht in stand kunnen blijven.

Voor jeugdhulporganisaties in de stichtingsvorm die onder de subjectieve belastingplicht voor de vennootschapsbelasting dreigen te vallen en geen gebruik kunnen maken van de zorgvrijstelling, hoeft een subjectieve belastingplicht niet altijd te betekenen dat ook daadwerkelijk vennootschapsbelasting is verschuldigd. Bij een laag fiscaal winstniveau kan onder omstandigheden feitelijke heffing op grond van een wettelijke winstvrijstelling - nog steeds - achterwege blijven.

3. Zorg-BV en bestuurlijke topstichting

In het besluit van december 2018 waren voorwaarden opgenomen ten aanzien van de governance van Zorg-BV's die opereren als (klein)dochtermaatschappijen van zorgorganisaties. Met de recente aanpassingen van het besluit is getracht de voorwaarden nog meer in overeenstemming te brengen met de praktijk, de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek en de Governancecode Zorg.

Enkele begrippen zijn inhoudelijk nader toegelicht, waaronder meervoudig bestuur en onafhankelijk toezichthoudend orgaan. Op deze twee begrippen wordt hieronder kort ingegaan.

In de statuten van de Zorg-BV moet bijvoorbeeld zijn opgenomen dat de Zorg-BV een meervoudig bestuur heeft. In het besluit is toegelicht dat een rechtspersoon die optreedt als (enig) bestuurder van een andere rechtspersoon voldoet aan het vereiste van meervoudig bestuur mits het bestuur van die bestuurder/rechtspersoon (in)direct een meervoudig bestuur heeft. Als sprake is van een enkelvoudig bestuur bij de Zorg-BV dan moet het toezicht op het bestuur voldoende gewaarborgd zijn bijvoorbeeld doordat de Zorg-BV zelf of de rechtspersoon/bestuurder van die Zorg-BV een onafhankelijk toezichthoudend orgaan heeft ingesteld.

De taken en bevoegdheden van het onafhankelijk toezichthoudend orgaan zijn aangevuld en aangescherpt en bestaan uit:

  • het toezicht houden op de doelrealisatie en winstbestemmingseis van de Zorg-BV;
  • het door middel van een statutair (goedkeurings)recht toezicht houden op besluiten over benoeming en ontslag van de bestuurders van de Zorg-BV;
  • het zelfstandig bevoegd zijn bestuurders van de Zorg-BV te schorsen.

Het onafhankelijk toezichthoudend orgaan van de Zorg-BV mag ook bestaan uit het onafhankelijke toezichthoudend orgaan van de kwalificerende aandeelhouders van de Zorg-BV, maar dit orgaan mag geen zelfstandige bevoegdheid tot schorsing van de bestuurders van de Zorg-BV hebben.

Ons commentaar: Uit het aangepaste besluit kan worden opgemaakt dat de inrichting van de governance van zorgorganisaties met Zorg-BV's van groot belang is bij - het behoud - van de toepassing van de zorgvrijstelling.

In een afzonderlijk bijdrage zullen wij op korte termijn vanuit civielrechtelijk en fiscaal perspectief integraal aandacht besteden aan de concernvorming en samenwerkingsverbanden in de zorg. Hierin zullen ook de voorwaarden uit het besluit aan de orde komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerelateerd

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Samenwerking tussen (semi)publieke organisaties, zoals zorg- en onderwijsinstellingen, neemt toe. Binnen de zorgsector zien we meer en meer regionale...
Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsfaciliteit in de Vpb

Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsingsfaciliteit in de Vpb

Op 27 februari 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting (HR 27 februari 2026,...

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting: wat gebeurt er nu en wanneer?

In ons eerdere blog schreven wij over het arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de...
Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland. Het akkoord bevat diverse fiscale afspraken...

Modernisering forfaits schenk- en erfbelasting: wat betekent dit voor u?

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wkz verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Online
10.00 - 11.30
07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen