Zoeken
  1. 'Champagne sorbet' niet verboden, quo vadis beschermde oorsprongsbenamingen?

'Champagne sorbet' niet verboden, quo vadis beschermde oorsprongsbenamingen?

Aldi mag haar Champagne sorbet blijven verkopen, zo oordeelt het Hof van Justitie. Wat zijn beschermde oorsprongsbenamingen nog waard?Beschermde oorsprongsbenamingenAldi verkoopt een diepvriesproduct met 12 % champagne onder de naam 'Champagner Sorbet'. Champagne is een beschermde oorsprongsbenaming (BOB). Een dergelijke beschermde naam is volgens Europese regelgeving onder meer beschermd tegen elk direct of indirect gebruik door de handel van deze naam:i)      voor vergelijkbare producten di...
Artikel | 21 december 2017 | Joost Becker
Aldi mag haar Champagne sorbet blijven verkopen, zo oordeelt het Hof van Justitie. Wat zijn beschermde oorsprongsbenamingen nog waard?

Beschermde oorsprongsbenamingen


Aldi verkoopt een diepvriesproduct met 12 % champagne onder de naam 'Champagner Sorbet'. Champagne is een beschermde oorsprongsbenaming (BOB). Een dergelijke beschermde naam is volgens Europese regelgeving onder meer beschermd tegen elk direct of indirect gebruik door de handel van deze naam:

i)      voor vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier, of


ii)      voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding;


De vraag is dus wanneer er wordt geprofiteerd van de reputatie die verbonden is aan producten die aan wél de eisen voldoen. Om eerlijke concurrentie te bevorderen en de consument niet te misleiden, is de bescherming ook uitgebreid voor producten en diensten die niet onder deze regelgeving vallen (zogenoemde 'niet-vergelijkbare producten').

In dit geval moest ervan worden uitgegaan dat het product van Aldi niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier (12% champagne).

Onrechtmatig profiteren?


Het Hof merk op dat door het gebruik van de benaming „Champagner Sorbet” ter aanduiding van een sorbet die champagne bevat, in casu de reputatie van de BOB „Champagne”, die een imago van kwaliteit en prestige met zich meedraagt, worden overgedragen op dat product en derhalve voordeel worden getrokken uit die reputatie. Het Hof stelt verder vast dat daarom moet worden onderzocht of door deze handelwijze 'onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van die BOB'.

Het Hof volgt voorts het doel van de bescherming:
Het doel van de bescherming van de geregistreerde benamingen en geografische aanduidingen, dat zoals in punt 38 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht met name erin bestaat de consumenten te waarborgen dat producten met een dergelijke aanduiding, doordat zij uit een bepaald geografisch gebied afkomstig zijn, bepaalde bijzondere eigenschappen bezitten en dankzij hun geografische herkomst een kwaliteitsgarantie bieden, zou immers niet worden bereikt indien een BOB een soortnaam kon zijn of worden

Het Hof oordeelt vervolgens dat het "geen uniform percentage kan voorstellen" en dat afdoende is dat het product "een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier". De sorbet bevat immers (echt) 12% champagne.

Smaak


Waar het om gaat is om
vast te stellen dat dit levensmiddel een essentieel kenmerk heeft dat verband houdt met dat ingrediënt. Dat kenmerk bestaat vaak in het aroma en de smaak die dat ingrediënt aan het levensmiddel geeft.

52      Wanneer, zoals in het hoofdgeding, uit de benaming van het levensmiddel op te maken valt dat dit levensmiddel een ingrediënt met een BOB bevat dat wordt geacht op de smaak van dat levensmiddel te wijzen, moet de door dat ingrediënt verleende smaak het essentiële kenmerk van dat levensmiddel vormen. Indien de smaak van dat levensmiddel meer door andere ingrediënten van dat levensmiddel wordt bepaald, wordt bij het gebruik van een dergelijke benaming immers onrechtmatig geprofiteerd van de reputatie van de betrokken BOB. Derhalve moet de nationale rechter voor de beoordeling of de champagne in het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product dat product een essentieel kenmerk verleent, aan de hand van het aan hem overgelegde bewijsmateriaal nagaan of dat product een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van champagne in dat product.


53      Gelet op die overwegingen moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een BOB in de zin van die bepalingen indien dat levensmiddel niet als essentieel kenmerk een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel



De smaak van de sorbet moet dus, zo vat ik samen, hoofdzakelijk door het ingrediënt met de BOB (de champagne) zijn bepaald. Zo niet, dan is er mogelijk onrechtmatig uitbuiten van de reputatie van de BOB.

Misbruik, nabootsing of voorstelling?


Aan de orde kwam ook nog de vraag of sprake is van misleiding.  BOB's zijn namelijk ook beschermd tegen "elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product of de dienst is aangegeven, of indien de beschermde naam is vertaald of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ‚soort’, ‚type’, ‚methode’, ‚op de wijze van’, ‚imitatie’, ‚smaak’, ‚zoals’ en dergelijke" en tegen een "onjuiste of misleidende aanduiding".

Het Hof oordeelt daarover dat:
Door de benaming van het door de BOB beschermde ingrediënt in de benaming van het betrokken levensmiddel op te nemen, wordt immers direct gebruikgemaakt van die BOB om openlijk een daarmee verband houdende smaakeigenschap te claimen, wat geen misbruik, nabootsing of voorstelling oplevert.

58      Voorts zij eraan herinnerd dat het begrip „voorstelling” volgens vaste rechtspraak met name een situatie betreft waarin de voor de aanduiding van een product gebruikte term een deel van een beschermde benaming bevat, zodat de consument, bij het zien van de naam van dat product, als referentiebeeld het artikel waarvoor die benaming geldt voor de geest zal komen (zie in die zin arrest van 21 januari 2016, Viiniverla, C‑75/15, EU:C:2016:35, punt 21 en aldaar aangehaalde rechtspraak). De situatie waarin de volledige BOB in de benaming van het levensmiddel wordt opgenomen ter aanduiding van de smaak van dat levensmiddel, komt dus niet overeen met die situatie.


59      Bijgevolg moet op de derde vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, geen misbruik, nabootsing of voorstelling in de zin van die bepalingen oplevert.



Er is dus geen sprake van een verboden misbruik, nabootsing of voorstelling.

Het Hof verduidelijk verder dat het criterium van de aanduiding 'op de binnen- of buitenverpakking, reclamemateriaal of documenten betreffende dat levensmiddel' slaat. Echter, ook daarvan is bij de Champagne sorbet geen sprake.

Quo vadis?


Oorsprongsbenamingen zijn weliswaar beschermd tegen uitbuiting, misbruik of misleiding, maar niet in alle gevallen. Als bijvoorbeeld ingrediënten bestaande uit een BOB een smaak verlenen die een 'essentieel kenmerk' vormen van producten, is er mogelijk geen sprake van uitbuiting van de BOB. Echter, indien de smaak meer door andere ingrediënten wordt bepaald, wordt mogelijk wel onrechtmatig geprofiteerd van de reputatie van de betrokken BOB. Percentages zijn daarbij niet per se doorslaggevend. De rechter moet beslissen op basis van al het bewijsmateriaal. Indien het product evenwel geen ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met het betreffende product-dossier, en wel een BOB op de verpakking wordt gebruikt, dan zal in de regel zeer snel sprake van verboden gebruik van deze BOB.

Joost Becker, advocaat reclamerecht