De discussie gecontinueerd: verjaring van een pensioenpremie-vordering

9 juli 2021
De discussie omtrent de verjaring van een pensioenpremie-vordering lijkt nog niet ten einde. Na uitspraken van de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Midden-Nederland, mengt nu ook het Hof Arnhem-Leeuwarden zich in de discussie.
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel

Een tijdje terug signaleerden wij dat deze discussie weer was gaan oplaaien door twee verrassende uitspraken van de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Midden-Nederland, zie hier het artikel. De Rechtbank Rotterdam en Midden-Nederland namen afstand van de Pointer-uitspraak, die tot dan toe als uitgangspunt werd genomen. Om de discussie nogmaals te compliceren heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden nu, op 22 juni 2021, de Pointer-uitspraak weer bevestigd.

Uit de Pointer-uitspraak, en de bevestiging daarvan door het Hof Arnhem-Leeuwarden, volgt dat een premievordering pas verjaart na ommekomst van vijf jaar nadat het bedrijfstakpensioenfonds kennis heeft genomen of redelijkerwijs had kunnen nemen van de verplichte deelneming. Een andere uitleg zou namelijk tot gevolg hebben dat premievorderingen verjaren zonder dat het bedrijfstakpensioenfonds bekend was, of kon zijn, met de verplichte deelname, terwijl pensioengerechtigden wel bij het fonds kunnen aankloppen voor een pensioenuitkering.

Met deze uitleg verwerpt het Hof de denktrant van de Rechtbank Rotterdam, die de opeisbaarheid van de vordering (de termijn van voldoening van premienota’s) aanhield voor de aanvang van de verjaringstermijn. Hierdoor kon de verjaringstermijn van vijf jaar aanvang nemen voordat de schuldeiser wist dat hij een vordering had. Het fonds kon in dat geval dus niet meer dan vijf jaar terug kijken en vorderen.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden voegt tevens nadrukkelijk toe dat er een verjaringstermijn van vijf jaar geldt, in tegenstelling tot een verjaringstermijn van twintig jaar zoals de Rechtbank Utrecht aanhield.

Waarschijnlijk zal de bevestiging van de Pointer-uitspraak voor veel pensioenfondsen een aangename verrassing zijn. Gelet op de Pointer-uitspraak hebben fondsen de mogelijkheid om ver terug in het verleden te kijken wat betreft de verplichtstelling, en een daarmee gepaard gaande premieclaim in te dienen bij werkgevers die niet bewust waren van de verplichte aansluiting bij het fonds. Dit betekent echter niet dat de fondsen deze mogelijkheid te allen tijden kunnen benutten. Uit de Pointer-uitspraak volgt immers dat het ook relevant is of het fonds redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van de verplichte aansluiting voor de aanvang van de verjaringstermijn. Voor werkgevers is het dus zaak om hier op in te spelen bij een aansluitingsdiscussie – en premieclaim – met het fonds. Hierbij kunnen omstandigheden worden aangedragen die tot de conclusie leiden dat het fonds redelijkerwijs al eerder bekend had kunnen zijn met een verplichte aansluiting.

Of de verjaringsdiscussie met deze uitspraak van het Hof is afgedaan, is nog maar de vraag. Juist door de andersluidende uitspraken van de twee rechtbanken is er ruimte voor enige twijfel over wat nu de juiste benadering is. Ondanks dat het Hof boven de rechtbanken staat, heeft het Hof niet altijd gelijk volgens de Hoge Raad. Wij houden de verdere ontwikkelingen daarom in de gaten, en stellen u vanzelfsprekend op de hoogte!

Gerelateerd

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...

Te late implementatie Richtlijn gelijke beloning: wat zijn de juridische gevolgen?

Nederland gaat de implementatiedeadline van Richtlijn (EU)2023/970 niet halen. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk benadrukt dat zij verwacht dat...

Regeerakkoord 2026–2030: wat betekenen de plannen voor arbeid en pensioen?

Op 30 januari 2026 hebben D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd. Het akkoord bevat een breed pakket aan voorgenomen maatregelen op...

Werkgeversverplichtingen voor loontransparantie: de belangrijkste wijzigingen in het concept-wetsvoorstel

Op 19 januari 2026 heeft het demissionaire kabinet een aangepast concept-wetsvoorstel Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen ter...

RVU-regeling 2026: wat betekent de nieuwe drempelvrijstelling voor cao’s?

De Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) vormt al jaren een spanningsveld tussen het ontmoedigen van vervroegd uittreden en het bieden van maatwerk voor...
No posts found