Inkoopbeleid zorgkantoren aan aanbestedingsbeginselen getoetst

8 december 2021
Op 19 oktober 2021 heeft de rechtbank Den Haag zich in een procedure tussen zorgkantoren en GGZ-aanbieders uitgesproken over het inkoopbeleid van diverse zorgkantoren. Op dit beleid, dat op de bedrijfsresultaten van Wlz-aanbieders wordt gebaseerd, zijn de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing. Het inkoopbeleid voldoet aan deze beginselen en houdt stand.
Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
In dit artikel

GGZ-aanbieders hebben bezwaren geuit tegen de inkoopvoorwaarden van de zorgkantoren. Waar de rechtbank vorig jaar in een zaak tegen dezelfde zorgkantoren nog tot de conclusie kwam dat het inkoopbeleid van de zorgkantoren onrechtmatig was, is het vernieuwde inkoopbeleid volgens de kortgedingrechter wél rechtmatig en niet in strijd met de aanbestedingsrechtelijke beginselen. Voordat wij op de uitspraak van de rechtbank Den Haag ingaan, staan wij stil bij de achtergrond van het inkoopbeleid en de eerdere procedure.

Eerdere uitspraak inkoopprocedure Wlz

Eerder oordeelde de rechtbank Den Haag dat de zorgkantoren niet eenzijdig het nieuwe basistarief op 94% van het NZa-maximumtarief mogen vaststellen. Het nieuwe inkoopbeleid van de zorgkantoren had een onrechtmatig karakter omdat er geen onderbouwing of deugdelijk onderzoek aan ten grondslag lag. Ook oordeelde de rechtbank dat een generieke korting op het NZa-tarief moeilijk te verenigen was met de (regionale en zorginhoudelijke) verschillen die tussen zorgaanbieders bestaan. Over die uitspraak is eerder een blog geschreven.

Toepasselijkheid aanbestedingsrechtelijke beginselen

Alle partijen in deze zaak zijn het er in ieder geval over eens dat de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. Als gevolg daarvan gaat de kortgedingrechter niet meer in op de principiële vraag of de zorgkantoren als aanbestedende dienst kwalificeren. Óf een zorgkantoor een aanbestedende dienst is blijft daarmee boven de markt hangen, hetgeen naar onze mening onwenselijk is gelet op de zaken waar mogelijk wél discussie bestaat over de toepasselijkheid van de aanbestedingsrechtelijke beginselen of de Aanbestedingswet 2012. Gelet op de definitie van een ‘publiekrechtelijke instelling’ als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 lijken zorgkantoren een aanbestedende dienst en daarmee aanbestedingsplichtig te zijn.

Bieden van reële tarieven op grond van aanbestedingsrechtelijke beginselen verplicht

De toepasselijkheid van de aanbestedingsrechtelijke beginselen hebben in deze uitspraak een belangrijke rol gespeeld. Op grond van het aanbestedingsrechtelijke proportionaliteitsbeginsel zijn zorgkantoren verplicht om reële tarieven vast te stellen. Ook moeten de zorgkantoren voor het vaststellen van reële tarieven voldoende informatie vergaren en zorgvuldig onderzoek doen. Verder moeten de gemaakte keuzes worden onderbouwd en dient gemotiveerd te worden waarom van reële tarieven sprake is. De rechtbank hanteert in deze zaak de uitgangspunten die ook in de eerdere procedure zijn vastgesteld (en die ook niet worden betwist). Het bieden van reële tarieven brengt met zich dat:

  • acht moet worden geslagen op bepaalde organisatie-specifieke aspecten die een significante impact kunnen hebben op de kostenopbouw;
  • rekening moet worden gehouden met gelegitimeerde regionale of anderszins goed onderbouwde kostenverschillen;
  • geen tarieven hoeven te worden vergoed die voor elke aanbieder kostendekkend zijn, omdat dan de duurste aanbieder de maatstaf zou worden en elke prikkel om efficiënt te werken zou verdwijnen;
  • de prijs niet zodanig laag mag zijn dat het ten koste gaat van de tijdige beschikbaarheid van voldoende, juiste en kwalitatief toereikende zorg.”

Deze uitgangspunten sluiten goeddeels aan bij uitgangspunten die bij de vaststelling van reële Wmo- en jeugdhulptarieven van belang zijn (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Hof Den Haag in de zaak van H10-gemeenten over reële tarieven voor jeugdhulp).

Richttariefpercentage gebaseerd op bedrijfsresultaten

De door zorgkantoren vastgestelde richttarieven zijn op de bedrijfsresultaten van Wlz-aanbieders over het jaar 2019 gebaseerd. Opvallend is dat de richttarieven dus niet vanuit de zorginhoud en kostprijselementen wordt onderbouwd. Uitsluitend de bedrijfsresultaten lijken gebruikt te zijn bij de onderbouwing van de tarieven. Hierbij moet wel worden bedacht dat de zorgkantoren niet beschikten over recente financiële gegevens van een representatieve groep zorgaanbieders (per sector) en regio- of aanbieder-specifieke gegevens over de toerekening van kosten die een zorgaanbieder maakt.

Dit is anders voor gemeenten die bij de vaststelling van Wmo-tarieven zijn gebonden aan de kostprijselementen die voortvloeien uit de AMvB reële prijs Wmo 2015. Ten aanzien van de Jeugdwet is ook een AMvB met kostprijselementen aangekondigd. Tot de inwerkingtreding van die AMvB hoeven Jeugdwet-tarieven niet verplicht op kostprijselementen te worden gebaseerd en kan bij de tariefonderbouwing mogelijk ook van bedrijfsresultaten van jeugdzorgaanbieders worden uitgegaan.

Richttariefpercentage verdedigbaar

Het bezwaar van de GGZ-aanbieders dat de tariefberekening geen rekening houdt met nieuwe GGZ-instellingen maakt de gehanteerde methode niet ongeschikt voor het bepalen van de kostprijs van de te leveren zorg door een ‘redelijk efficiënt functionerend aanbieder’, aldus de rechtbank. De zorgkantoren hebben naar oordeel van de rechtbank bij hun tariefonderzoek verdedigbare uitgangspunten gehanteerd. Verder zijn de zorgkantoren uitgegaan van een richttariefpercentage waarbij 75% van de zorgaanbieders een neutraal of positief resultaat haalt. Deze keuze is gemaakt na analyse van de overige 25% van de aanbieders en mede onderbouwd met een toelichting waarop de zorgkantoren hun doelmatigheidstaak vormgeven.

Om te voorkomen dat voor individuele gevallen het generieke tarief geen reëel tarief blijkt te zijn, hebben de zorgkantoren in hun tariefsystematiek tevens regionale aanpassingsmogelijkheden ingebouwd. Bovendien kunnen aanbieders een beroep doen op een hardheidsclausule. Over de toepassing van die hardheidsclausule hebben de GGZ-aanbieders hun zorgen geuit. Zij vrezen dat een beperkte uitleg van de clausule met zich brengt dat daarvan zelden gebruik kan worden gemaakt. De zorgkantoren hebben echter ter zitting toegelicht dat zorgaanbieders die aantonen dat de vastgestelde tarieven voor hen niet kostendekkend zijn terwijl wel op doelmatige wijze zorg wordt verleend, op de clausule een beroep kunnen doen. Daarmee is de clausule volgens de voorzieningenrechter niet illusoir en bovendien een geschikt middel om rekening te houden met gelegitimeerde individuele kostenverschillen.

Regionale aanpassingen

De voorzieningenrechter gaat ook voorbij aan het bezwaar van de GGZ-aanbieders dat er geen regio-analyses zijn gemaakt. De zorgkantoren hebben op basis van verkregen inzichten en informatie de regionale inkoopkaders vastgesteld waarbinnen de regionale verschillen zijn meegenomen. Zodoende hebben de zorgkantoren voldaan aan de verplichting zich vooraf goed te laten informeren.

Overheveling budget Wmo naar Wlz

Per 1 januari 2021 worden mensen die vanwege een psychische stoornis blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur zorg per dag nabij bekostigd vanuit de Wlz. Tot voornoemde datum werd deze groep bekostigd op basis van beschermd wonen vanuit de Wmo 2015. Deze wijziging heeft een zorginhoudelijk effect, in die zin, dat de daarmee gepaard gaande kwaliteitseisen kostenverhogingen meebrengen. Maar dat effect maakt de tarieven niet op voorhand onredelijk, nu de GGZ-aanbieders voor deze zorg het (substantieel) hogere Wlz-tarief krijgen.

Op één onderdeel krijgen de GGZ-aanbieders wel gelijk. De afslag die Zilveren Kruis hanteert op het tarief voor “beschermd wonen zorgaanbieders” acht de kortgedingrechter onredelijk. Weliswaar waren de tarieven daarvoor onder de Wmo lager, maar de substantieel hogere tarieven in de Wlz zijn ook juist nodig voor zorgaanbieders om de extra kosten in de Wlz op te vangen. Dat laatste verdraagt zich niet met een afslag. Bovendien spelen ‘beschermd wonen zorgaanbieders’ een belangrijke rol bij het opvangen van mensen met een psychische stoornis in crisissituaties. Daarmee is geen onderscheid gerechtvaardigd tussen het tarief voor ‘beschermd wonen zorgaanbieders’ en het tarief voor ‘geïntegreerde zorgaanbieders’ waarvoor, gezien hun crisisrol, geen afslag wordt gehanteerd.

Conclusie

In deze uitspraak stond niet ter discussie dat op de inkoopprocedures van zorgkantoren de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn. Nu die beginselen van toepassing waren, vloeit daaruit voort dat de zorgkantoren voor de in te kopen zorg reële tarieven moeten vaststellen. Om te kunnen vaststellen dát reële tarieven zijn vastgesteld, is in ieder geval nodig dat voldoende informatie wordt vergaard en de tarieven gedegen worden onderbouwd.

Hebt u vragen over deze blog of over de (zorg)inkoop in het kader van de Wet langdurige zorg of in het sociaal domein, neem dan contact op met Ralph Tak of Mathijs Jonkers.

Gerelateerd

Aanbestedingsrecht

Afwezige trainee bij usability test: gelijkheidsbeginsel geschonden, herbeoordeling geboden

Een ogenschijnlijk kleine fout met grote gevolgen: één van de trainees van de aanbestedende dienst is gedurende de gebruikstest gedeeltelijk afwezig. De...
Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen