Mededingingsrecht helpt FC Twente niet aan goedkoper bier

27 november 2013
In een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel in een kort geding tussen FC Twente en Grolsch is de eis van FC Twente afgewezen dat Grolsch lagere prijzen in rekening moet brengen voor bierleveringen. In de procedure heeft FC Twente zich onder meer tevergeefs beroepen op het feit dat het exclusieve afnamebeding waardoor FC Twente voor bierleveringen aan Grolsch is gebonden in strijd is met het kartelverbod.De zaakDe exclusieve levering van bier maakt onderdeel uit van een overeenkomst...
Sjaak van der Heul
Sjaak van der Heul
Advocaat - Senior
In dit artikel
In een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel in een kort geding tussen FC Twente en Grolsch is de eis van FC Twente afgewezen dat Grolsch lagere prijzen in rekening moet brengen voor bierleveringen. In de procedure heeft FC Twente zich onder meer tevergeefs beroepen op het feit dat het exclusieve afnamebeding waardoor FC Twente voor bierleveringen aan Grolsch is gebonden in strijd is met het kartelverbod.

De zaak
De exclusieve levering van bier maakt onderdeel uit van een overeenkomst waarin een samenstel van afspraken is opgenomen die tussen FC Twente en Grolsch zijn gemaakt in het kader van de ontwikkeling van het nieuwe stadion van FC Twente, de Grolschveste (Grolsch had tevens het recht verworven naamgever van het stadion te worden). Op basis van deze overeenkomst zou Grolsch marktconforme prijzen in rekening brengen waarop een (voor indicering vatbare) korting wordt gegeven van EUR 60,- per hectoliter die FC Twente afneemt. De (netto)prijs die FC Twente betaalt wordt daarmee samengesteld uit de bierprijs zoals vermeld op de prijslijsten van Grolsch (de bruto-bierprijs) verminderd met de overeengekomen bonus. FC Twente stelt dat de bruto-bierprijs weliswaar marktconform is, maar dat de netto-bierprijs dat allerminst is. Andere brouwers zouden namelijk bereid zijn om een hogere bonus aan te bieden. De rechtbank Overijssel stelt vast dat de door Grolsch in rekening gebrachte nettoprijzen voor de bierleveringen voortvloeien uit de overeenkomst en dat er geen beding is overeengekomen dat wijziging van de bonus gedurende de looptijd van de overeenkomst mogelijk maakt. FC Twente wordt door deze verplichtingen gebonden.

Het beroep van FC Twente op het kartelverbod om onder de exclusieve relatie met Grolsch uit te komen faalt eveneens. Uitgangspunt is dat een exclusieve afnameverplichting tussen niet-concurrerende ondernemingen geen concurrentiebeperkend doel heeft (dit kan anders zijn als die verplichting is aangegaan tussen (potentiële) concurrenten). In een dergelijke situatie is slechts sprake van een overtreding van het kartelverbod als de eisende partij kan aantonen dat het exclusieve afnamebeding daadwerkelijk concurrentieverstorende gevolgen heeft. Hij dient de door hem beweerde concurrentiebeperkende gevolgen te onderbouwen met de relevante (economische) feiten en omstandigheden, opdat een voldoende adequaat en gefundeerd (economisch) partijdebat en daaropvolgend rechterlijk oordeel mogelijk worden gemaakt.

Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad oordeelt de rechtbank dat het onvoldoende is als door de eiser uitsluitend “ summiere aanduidingen van relevante geografische en productmarkten worden gegeven en niet nader toegespitste stellingen worden betrokken omtrent percentages van respectieve marktaandelen op de desbetreffende markten. Daardoor wordt immers niet zonder meer voldoende inzicht gegeven in de voor de beoordeling essentiële feiten en omstandigheden, zoals een zorgvuldige marktafbakening, de relevante marktstructuur en marktkenmerken, alsmede het daadwerkelijke functioneren van de relevante markt(en) en van het effect daarop van de gestelde inbreuken.” FC Twente had zich op het standpunt gesteld dat de gevolgen moeten worden beoordeeld op een regionale markt voor (bier)consumptie tijdens grote sportevenementen. Daarvoor heeft zij echter geen nadere motivering gegeven. Bovendien heeft Grolsch aangevoerd dat eventuele gevolgen van de exclusieve afnameverplichting moeten worden beoordeeld op een landelijke horecamarkt. Indachtig deze tegengestelde stellingnames oordeelt de rechtbank Overijssel dat niet vaststaat op welke markt de exclusieve afnameverplichting invloed gevolgen zou kunnen hebben, laat staan of deze gevolgen mogelijk concurrentiebeperkend zouden zijn. FC Twente heeft derhalve onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het exclusieve afnamebeding een merkbare verstoring van de concurrentie op de relevante markt (en dus een schending van het kartelverbod) oplevert.

Slotopmerking
De uitspraak toont eens te meer aan dat het schier onmogelijk is om in een kort gedingprocedure een schending van het kartelverbod aan te tonen vanwege veronderstelde concurrentiebeperkende gevolgen van (een beding uit) een overeenkomst. Voor het bewijzen van mededingingsbeperkende gevolgen is namelijk een uitgebreide economische marktanalyse noodzakelijk, waarvoor de kort gedingprocedure (die juist ziet op snelle geschilbeslechting) zich niet leent. Als een overeenkomst een concurrentiebeperkend doel heeft, heeft een beroep op het kartelverbod in kort geding meer kans van slagen. Bij een evident mededingingsbeperkend doel is een uitgebreide economische analyse namelijk niet noodzakelijk om strijd met het kartelverbod aan te tonen.

Gerelateerd

Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Raad van State: Didam-criteria van toepassing op begrotingssubsidies

In zijn uitspraak van 23 juli 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat ook begrotingssubsidies schaarse rechten kunnen zijn, aangezien ook bij begrotingssubsidies...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen