De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Minimumkapitaalregel voor verzekeraars

Minimumkapitaalregel voor verzekeraars

In het Belastingplan 2020 is een nieuwe renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting voorgesteld voor zowel banken als verzekeraars. In deze blog ga ik nader in op de specifieke regeling voor verzekeraars zoals die vanaf 1 januari 2020 zal gelden.
Auteur artikel Tim Danen
Gepubliceerd 19 december 2019
Laatst gewijzigd 19 december 2019
Leestijd 

In het Belastingplan 2020 is een nieuwe renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting voorgesteld voor zowel banken als verzekeraars. In deze blog ga ik nader in op de specifieke regeling voor verzekeraars zoals die vanaf 1 januari 2020 zal gelden.

EBITDA-regel

Met de EBITDA-regel is reeds per 1 januari 2019 een generieke renteaftrekbeperking ingevoerd die grondslaguitholling van de Nederlandse belastinggrondslag tegen moet gaan. De EBITDA-regel moet tevens leiden tot een fiscaal meer gelijke behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen (over de EBITDA-regel is reeds een blog geschreven).

De rente die in aftrek wordt beperkt door toepassing van de EBITDA-regel is afhankelijk van het saldo van rentekosten en rente-inkomsten. Bij banken en verzekeraars zullen de rente-inkomsten de rentekosten over het algemeen overstijgen. Hierdoor zal de rente bij hen in veel gevallen niet in aftrek worden beperkt op grond van de EBITDA-regel. De EBITDA-regel heeft in de meeste gevallen dus geen effect op banken en verzekeraars, ondanks dat zij wel onder de toepassing van de regel vallen.

Invoering minimumkapitaalregel

Doordat de EBITDA-regel in de meeste gevallen niet leidt tot een beperking van de renteaftrek bij banken en verzekeraars, wordt de minimumkapitaalregel ingevoerd. De invoering van de minimumkapitaalregel moet bijdragen aan een fiscaal meer gelijke behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen bij banken en verzekeraars door het fiscale voordeel van de financiering met vreemd vermogen (kostenaftrek) te beperken.

In het vervolg van dit artikel ga ik in op de toepassing van de minimumkapitaalregel voor verzekeraars. De toepassing van de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars wijken namelijk van elkaar af.

Belastingplichtige

Voor de afbakening van de onder de minimumkapitaalregel vallende verzekeraars wordt aangesloten bij het toelatingsstelsel uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). De minimumkapitaalregel is in beginsel van toepassing op de belastingplichtige die beschikt over een vergunning of een afschrift van een mededeling voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar. De minimumkapitaalregel is in principe van toepassing op het niveau van het concern waartoe de belastingplichtige behoort.

Indien de belastingplichtige tot een fiscale eenheid vennootschapsbelasting behoort, dan wordt de regel toegepast op het niveau van de fiscale eenheid. Ook rente die is verschuldigd in verband met niet-verzekeringsactiviteiten kan hierdoor in aftrek worden beperkt door de minimumkapitaalregel.

Een fiscale eenheid kan zelfs uit zowel een bank als een verzekeraar bestaan. Omdat de minimumkapitaalregel op het niveau van de fiscale eenheid toegepast dient te worden en de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars afwijkt, zou dit tot samenloop kunnen leiden. De regeling sluit daarom aan bij de bank- of verzekeringsactiviteit die binnen de fiscale eenheid het grootst is. Hiervoor wordt het balanstotaal van het bankendeel vergeleken met het balanstotaal van het verzekeringsdeel.

Minimumkapitaalregel

De minimumkapitaalregel is, net als de EBITDA-regel, een generieke renteaftrekbeperking. Dit betekent dat de maatregel geen onderscheid maakt tussen van een derde geleend geld (bank) of geld dat is geleend van een groepsmaatschappij.

De minimumkapitaalregel beperkt de renteaftrek indien de eigenvermogenratio van een verzekeraar minder bedraagt dan 8%. De eigenvermogenratio op 31 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het boekjaar wordt als uitgangspunt genomen. Het gaat hierbij om de groepsratio. Hiertoe wordt aangesloten bij de eigenvermogenratio zoals die kan worden bepaald op grond van het volgens de Richtlijn Solvabiliteit II opgestelde verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep waarvan de belastingplichtige deel uitmaakt. Hierop zijn twee uitzonderingen:

  1. Als geen eigenvermogenratio kan worden bepaald aan de hand van het verslag, dan wordt de eigenvermogenratio bepaald aan de hand van de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal zoals die voor de belastingplichtige op individuele basis kunnen worden bepaald aan de hand van het rapport over de solvabiliteit en financiële toestand volgens de Richtlijn Solvabiliteit II.
  2. Voor verzekeraars die op grond van de Richtlijn Solvabiliteit II geen verslag of rapport over de solvabiliteit en financiële toestand openbaar maken, wordt voor de bepaling van de eigenvermogenratio uitgegaan van de op grond van de Wft verplicht gestelde balans.

Als de genoemde ratio lager is dan 8% worden de rentekosten in aftrek beperkt. De aftrekbaarheid van de rentekosten is dus afhankelijk van de hoogte van het eigen vermogen. De niet aftrekbare rente wordt als volgt bepaald: (8 – ER) / (100 – ER). ER is in dit geval de eigenvermogenratio. Als de ratio van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen bij een groep bijvoorbeeld 6% bedraagt, dan is 2/94e deel van de rentekosten niet aftrekbaar. In tegenstelling tot bij de EBITDA-regel, hebben de rente-inkomsten geen invloed op de aftrekbaarheid van de rente onder de minimumkapitaalregel.

Het is opvallend dat de minimumkapitaalregel geen voortwentelingsmogelijkheid kent voor niet aftrekbare rente. Daarnaast geldt er ook geen drempel waaronder rente in ieder geval aftrekbaar zou zijn. De EBITDA-regel kent immers wel een voortwentelingsmogelijkheid voor niet aftrekbare rente en ook een drempel van EUR 1 miljoen.

Rente kan uiteraard ook op grond van andere bepalingen als niet-aftrekbaar kwalificeren. Als rente bijvoorbeeld al niet aftrekbaar is op grond van art. 10a Wet Vpb, dan kwalificeert die rente niet als rentekosten voor toepassing van de minimumkapitaalregel. Art. 10a Wet Vpb kan de renteaftrek beperken bij schulden aan verbonden partijen die verband houden met bijvoorbeeld een dividenduitkering of kapitaalstorting.

Zoals gemeld blijft de generieke EBITDA-regel wel gelden voor verzekeraars. Dit zou kunnen leiden tot een samenloop van deze regel en de minimumkapitaalregel. De EBITDA-regel heeft echter ‘voorrang’ op de minimumkapitaalregel. Aan de hand van onderstaand voorbeeld wordt dit verduidelijkt.

Een belastingplichtige heeft 20 rente die niet aftrekbaar is op grond van de EBITDA-regel. Op grond van de minimumkapitaalregel is 100 rente niet aftrekbaar. Om samenloop te voorkomen is 20 rente niet aftrekbaar op grond van EBITDA-regel, deze regel heeft immers voorrang. De rente die niet aftrekbaar is op grond van de minimumkapitaalregel bedraagt dan 80 (100 minus 20).

Samenvatting

Verzekeraars dienen vanaf 2020 ook voor de vennootschapsbelasting de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen goed in de gaten te houden om te voorkomen dat rente in aftrek wordt beperkt op grond van de minimumkapitaalregel. Voor het boekjaar 2020 is daarbij de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen per 31 december 2019 bepalend. Hierbij kan een fiscale eenheid met zowel verzekeraars- als niet-verzekeraarsactiviteiten negatieve gevolgen hebben voor de aftrekbaarheid van rente. Tijdig rekenen zodat mogelijk gedurende het jaar nog gestuurd kan worden, is wederom het devies.