Nike wint van Max Verstappen inzake merkaanvraag 'MAX 1'

8 maart 2023
Nike heeft een oppositieprocedure tegen de merkaanvraag van ‘MAX 1’ ingesteld, op grond van haar AIR MAX-merken. Het BBIE wijst de claims van Nike toe.
Joost Becker
Joost Becker
Advocaat - Partner
In dit artikel

Verwarringsgevaar

Het BBIE oordeelt in dit geval dat er sprake is van merkrechtelijk verwarringsgevaar.

Er is sprake van merkrechtelijke verwarringsgevaar wanneer het publiek kan menen dat de door het betreffende merk aangeduide waren of diensten van dezelfde onderneming afkomstig zijn, of van economisch verbonden ondernemingen.

Overeenstemming

Het merkenbureau maakt een visuele, auditieve en begripsmatige vergelijking. Het oordeelt dat er in zekere mate overeenstemming is tussen AIR MAX en MAX 1, want:

  • Beide tekens bevatten het woord MAX, hoewel echter op een verschillende plaats (aan het begin respectievelijk aan het eind.
  • Bij de ingeroepen merken wegen de elementen AIR en MAX even zwaar in de totaalindruk. In het betwiste teken ligt de nadruk op het woord MAX. Het cijfer 1 zal worden gezien als een specificatie van MAX. In zoverre stemmen de tekens overeen.

Omdat het woord MAX daarnaast ook kunnen worden gezien als een afkorting van ‘maximaal’ of ‘maximum’, zal het publiek aan het teken MAX 1 ook geen duidelijke betekenis toekennen (bijvoorbeeld een voornaam).

Waren en diensten

MAX 1 is als merk aangevraagd voor kledingstukken, schoeisel, petten, sportjasjes, overalls, en handschoenen dergelijke. Deze waren zijn deels identiek en deels overeenstemmend met de waren van de ingeroepen AIR MAX merken van het kledingmerk Nike.

Beoordeling van merkinbreuk

Volgens de merkinbreuk toets moet vervolgens gekeken worden naar de gemiddelde consument, of bij die consument merkrechtelijk verwarringsgevaar is te duchten.

De betrokken waren zijn deels identiek en deels overeenstemmend. Visueel en auditief is er sprake van een zekere mate van overeenstemming tussen de tekens. Op basis van deze en de hiervoor genoemde andere factoren en gelet op hun onderlinge samenhang, is het Bureau van oordeel dat er sprake is van verwarringsgevaar in die zin dat het publiek kan menen dat de door de ingeroepen merken aangeduide waren en die van het betwiste teken, van dezelfde onderneming of, in voorkomend geval, van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn. Aangezien het in de kledingsector gebruikelijk is dat hetzelfde merk op verschillende manieren wordt geconfigureerd, zou het relevante publiek ook kunnen denken dat het betwiste teken een submerk van opposant is.

Het argument dat Nike meerdere merken houdt waarin MAX voorkomt, speelt hierbij verder geen rol. Evenmin is relevant dat MAX 1 verwijst naar Max Verstappen en zijn racenummer 1. Betoogd werd dat het publiek daardoor geen geen relatie zou leggen met de Nike-kledingmerken. Het Bureau houdt in dit geval echter geen rekening met de wijze waarop het betwiste teken in de praktijk wordt gebruikt.

De toets die het Bureau dient te hanteren is daarnaast niet of er daadwerkelijk sprake is van verwarring bij het publiek, maar of er een gevaar (lees: een mogelijkheid) voor verwarring bestaat.

Conclusie

Het MAX 1 merk wordt niet ingeschreven.

Joost Becker, advocaat merkenrecht

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

09
april
2026
Seminar
Aanbesteding & Mededinging
Actualiteitenbijeenkomst Aanbestedingsrecht 2026

Het is inmiddels een begrip in aanbestedingsland: de Dirkzwager Actualiteitenbijeenkomst in Nijmegen-Lent. Hopelijk bent u er dit jaar ook (weer) bij op 9 april 2026.

Nijmegen
13:30 - 17:45
21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wet kwaliteitsregistraties zorg (Wkz) verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren.   Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Wat betekent dit concreet voor uw organisatie en wat moet u regelen? Onze specialisten geven een compleet en praktisch overzicht van wat de wet verlangt, zodat u weet waar bijsturing nodig is en waar kansen liggen.

Online
10.00 - 11.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen