Opnieuw sneuvelt non-concurrentiebeding door mededingingsrecht

1 juli 2014

In een recent gepubliceerde uitspraak van 23 april 2014 heeft de civiele kamer van de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat een non-concurrentiebeding uit een overnameovereenkomst het doel heeft de concurrentie te beperken. Daarmee is het non-concurrentiebeding in strijd met het kartelverbod. Omdat strijdigheid met het kartelverbod tot ongeldigheid van het non-concurrentiebeding leidt, is de koper die er een beroep op deed van een koude kermis teruggekomen.

Sjaak van der Heul
Sjaak van der Heul
Advocaat - Senior
In dit artikel

In een recent gepubliceerde uitspraak van 23 april 2014 heeft de civiele kamer van de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat een non-concurrentiebeding uit een overnameovereenkomst het doel heeft de concurrentie te beperken. Daarmee is het non-concurrentiebeding in strijd met het kartelverbod. Omdat strijdigheid met het kartelverbod tot ongeldigheid van het non-concurrentiebeding leidt, is de koper die er een beroep op deed van een koude kermis teruggekomen.

De zaak

The Greenery B.V. is een dochter van een erkende producentenorganisatie (ook wel telersvereniging) die zich bezighoudt met (onder meer) de afzet van groente en fruit dat door haar leden (landbouwondernemingen) is geproduceerd. Om deze producten gekoeld te bewaren, beschikte The Greenery tot 2006 over een eigen koelfaciliteit in Dronten. Deze koelfaciliteit is in 2006 overgedragen aan Exploitatie Koelhuis Dronten B.V. (Koelhuis Dronten). In de koopovereenkomst is onder meer een non-concurrentiebeding opgenomen waarmee The Greenery gedurende 10 jaar wordt:

    • verplicht om het door haar leden geproduceerde fruit (voor zover nodig) te koelen in Koelhuis Dronten;

    • verboden koelactivteiten te ontplooien en doen exploiteren in Flevoland, Groningen, Drenthe en Overijssel.

Volgens Koelhuis Dronten heeft The Greenery het non-concurrentiebeding geschonden en zij vordert een schadevergoeding van The Greenery.

Oordeel rechtbank

De rechtbank volgt het verweer van The Greenery dat een beroep op het non-concurrentiebeding niet mogelijk is omdat het in strijd is met het kartelverbod.

Op grond van de Mededingingswet zijn non-concurrentiebedingen in overnameovereenkomsten toegestaan, mits zij noodzakelijk zijn voor het tot stand laten komen van de overname. Geen weldenkende koper zal immers een onderneming overnemen als hij het risico loopt gelijk weer beconcurreerd te worden door de verkoper. Een (geografisch beperkt) non-concurrentiebeding voor de duur van maximaal twee jaar is daarom veelal toegestaan op grond van Europese regels. Het non-concurrentiebeding tussen The Greenery en Koelhuis Dronten bedroeg echter 10 jaar. De rechtbank verbindt daaraan de conclusie dat het non-concurrentiebeding een mededingingsbeperkend doel heeft, omdat het de marktpositie van Koelhuis Dronten beoogt te versterken. Aangezien The Greenery en Koelhuis Dronten volgens de rechtbank gezamenlijk bovendien geen uitzonderlijk zwakke positie op de markt hebben, levert het non-concurrentiebeding een schending van het kartelverbod op.

De rechtbank komt niet toe aan het beroep van Koelhuis Dronten op de bagatelbepaling uit de Mededingingswet die onbeduidende mededingingsbeperkende overeenkomsten uitsluit van de werking van het kartelverbod (de Nationale bagatelbepaling). Volgens de rechtbank Rotterdam is de Nationale bagatelbepaling namelijk niet van toepassing op overeenkomsten met een concurrentiebeperkend doel omdat de Nationale bagatelbepaling moet worden uitgelegd overeenkomstig de Europese mededingingsregels. De Europese bagatelbepalingen zijn niet van toepassing op overeenkomsten met een mededingingsbeperkend doel.

Commentaar

De uitspraak is om twee redenen interessant. In de eerste plaats past de uitspraak in de recent ingezette trend dat non-concurrentiebedingen strenger worden beoordeeld. Op het moment dat een non-concurrentiebeding niet binnen een vrijstelling past (zoals geformuleerd in de Mededeling nevenrestricties), lijken rechters al snel te concluderen dat de bepaling dus ook een concurrentiebeperkend doel heeft. Het is de vraag of dit altijd juist is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval zou ook verdedigd kunnen worden dat het feit dat het non-concurrentiebeding niet voldoet aan de Mededeling nevenrestricties niet direct de conclusie rechtvaardigt dat een medediningsbeperkend doel bestaat maar dat daarentegen eventuele negatieve gevolgen nader moeten worden onderzocht.

Het oordeel van de rechtbank over de bagatelbepaling lijkt onjuist. Met de bagatelbepaling uit de Mededingingswet is door de wetgever namelijk uitdrukkelijk beoogd om ook overeenkomsten met een concurrentiebeperkend doel van het kartelverbod vrij te stellen, mits zij niet tevens in strijd zijn met het Europese kartelverbod. In het onderhavige geval stond strijd met het Europese kartelverbod niet vast. Het feit dat de Nationale bagatelbepaling soepeler is dan de Europese bagatelbepaling, betekent mogelijk dat de Nationale bagatelbepaling uit de Mededingingswet in strijd is met de Europese regels. Nu de rechtbank niet tot die conclusie is gekomen, had beoordeling op grond van de Nationale bagatelbepaling voor de hand gelegen.

Hoe dan ook is de conclusie gerechtvaardigd dat voorzichtigheid geboden is met non-concurrentiebedingen. Alleen al uit rechtszekerheidsoverwegingen, verdient het de voorkeur om ze te formuleren conform de Mededeling nevenrestricties.

Gerelateerd

Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Raad van State: Didam-criteria van toepassing op begrotingssubsidies

In zijn uitspraak van 23 juli 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat ook begrotingssubsidies schaarse rechten kunnen zijn, aangezien ook bij begrotingssubsidies...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen