Update! Belastingrente per 1 maart 2023 toch niet verhoogd

9 februari 2023
De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat de belastingrente vanaf 1 maart 2023 niet wordt verhoogd naar 10,5%. Het percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting en de bronbelasting blijft hierdoor voorlopig 8,0%.
Tim Danen
Tim Danen
Fiscalist
Cuno Wittrock
Cuno Wittrock
Fiscalist - Managing Partner
In dit artikel

In eerste instantie zou de belastingrente met betrekking tot de vennootschapsbelasting en bronbelasting vanaf 1 maart 2023 stijgen van 8,0% naar 10,5% (van bronbelasting is mogelijk sprake bij de betaling van rente en royalty's). De staatssecretaris van Financiën heeft nu aangegeven af te zien van deze verhoging van de belastingrente, waardoor het percentage voorlopig 8,0% blijft. Dit zal middels een wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrente worden vormgegeven. De staatssecretaris van Financiën wil op dit moment geen verhoging doorvoeren, omdat later dit jaar de percentages van de belastingrente opnieuw bekeken zullen worden door het kabinet.

Indien u recht heeft op te vergoede belastingrente, dan zal in de periode tussen 1 maart 2023 en het moment dat de wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrente van kracht wordt het belastingrentetarief van 10,5% gehanteerd worden. De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat de betreffende belastingplichtigen een nabetaling zullen ontvangen en geen actie hoeven te ondernemen.

Verzoeken om een voorlopige aanslag

Ondanks dat de belastingrente niet stijgt, blijft het van belang om bij de Belastingdienst tijdig om oplegging van een (aanvullende) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting te vragen. Belastingrente is verschuldigd als de aanslag met een dagtekening vanaf zes maanden na het einde van het betreffende boekjaar wordt opgelegd. Voor een boekjaar dat eindigt op 31 december 2022 betekent dit dat mogelijk belastingrente is verschuldigd vanaf 1 juli 2023.

Renteaftrek

De belastingrente is in principe wel een aftrekbare kostenpost voor de belastingplichtige. In de visie van de Belastingdienst wordt deze rente ook niet in aftrek beperkt door toepassing van renteaftrekbeperkingen.

Andere belastingmiddelen

De belastingrente met betrekking tot de andere belastingmiddelen blijft vooralsnog 4%.

Geld op bankrekening Belastingdienst

Sinds 1 januari 2023 is in de belastingwetgeving opgenomen dat geen belastingrente is verschuldigd gedurende de periode dat de te betalen belasting op de bankrekening van de Belastingdienst heeft gestaan. Dit wordt toegelicht aan de hand van het onderstaande voorbeeld.

  1. De Belastingdienst legt op 1 januari 2022 een voorlopige aanslag Vpb op voor het jaar 2022 met een te betalen bedrag van € 100.000.
  2. De belastingplichtige dient op 1 september 2023 de aangifte Vpb 2022 in, waaruit een te betalen bedrag van € 60.000 volgt. Na verrekening met de voorlopige aanslag, kan de belastingplichtige een teruggave verwachten van € 40.000.
  3. De Belastingdienst vermindert op 1 oktober 2023 de voorlopige aanslag Vpb naar een te betalen bedrag van € 60.000. De belastingplichtige ontvangt de te veel betaalde Vpb van € 40.000 terug.
  4. Na een boekenonderzoek legt de Belastingdienst op 1 oktober 2024 een definitieve aanslag Vpb 2022 op met een te betalen bedrag van € 130.000. Na verrekening met de verminderde voorlopige aanslag, bedraagt het te betalen bedrag € 70.000.
  5. Het tijdvak waarover belastingrente is verschuldigd vangt op 1 juli 2023 aan. Het rentedragende bedrag bedraagt € 70.000. Een deel van het verschuldigde bedrag (€ 100.000 -/- € 60.000 = € 40.000) stond tussen 1 juli 2023 en 1 oktober 2023 op de bankrekening van de Belastingdienst. Over dit bedrag is in de genoemde periode geen belastingrente verschuldigd.

Bovenstaande wetgeving geldt niet voor de loon- en omzetbelasting.

Gerelateerd

Aanvullende fiscale voorstellen na Prinsjesdag 2026

Op 29 september 2026 heeft het kabinet aanvullende fiscale voorstellen aangekondigd. De voorstellen betreffen wijzigingen in de inkomstenbelasting, waaronder...

Zzp'er in de zorg wél mogelijk, ondanks hetzelfde werk als werknemers

Sinds het handhavingsmoratorium in 2025 is opgeheven, heeft u ongetwijfeld veel berichten voorbij zien komen over de opstelling van de Belastingdienst ten...

Hoge Raad bevestigt dat latente verliezen onder artikel 20a vallen

Op 11 september 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de toepassing van artikel 20a Wet Vpb 1969. Eerder schreven wij een kennisartikel...

Belastingplan 2027: de belangrijkste maatregelen van Prinsjesdag 2026

Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026, heeft het kabinet het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Welke maatregelen raken uw onderneming, uw vermogen of uw...

Enkele btw-registratie onder ViDA: wat verandert er vanaf 2027?

Zoals in ons eerdere kennisartikel uitgelegd bestaat ViDA uit drie pijlers: elektronisch factureren en digitale rapportage, de digitale platformeconomie en de...

ViDA: welke btw-regels veranderen en wanneer?

Met het pakket ‘btw in het digitale tijdperk’, beter bekend als ViDA (VAT in the Digital Age), moderniseert de EU het btw-stelsel voor grensoverschrijdende...
No posts found