Dirkzwager bestaat 135 jaar! We nodigen onze oud-medewerkers uit voor een feestelijke borrel. Aanmelden kan via de eventpagina. Aanmelden reünie.

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wat zijn oneerlijke handelspraktijken? Het juridisch kader uiteengezet

Wat zijn oneerlijke handelspraktijken? Het juridisch kader uiteengezet

Oneerlijke handelspraktijken kunnen nadelig zijn voor de mededinging; consumenten én concurrenten kunnen eronder lijden. Welke sancties zijn er mogelijk?
Leestijd 
Auteur artikel Joost Becker
Gepubliceerd 21 september 2021
Laatst gewijzigd 21 september 2021
 

Oneerlijke handelspraktijken

De wet bepaalt dat een handelspraktijk oneerlijk is indien de handelaar in strijd met de vereisten van "professionele toewijding" handelt en het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is of kan worden beperkt. Oftewel, de consument gaat over tot een aankoopbeslissing die anders niet zou zijn genomen.

Het gaat om twee soorten praktijken; misleiding en agressieve praktijken. Bij misleidende handelspraktijken gaat het veelal om valse reclamebeloftes, die beletten dat de consument een geïnformeerde en efficiënte keuze kan maken. Agressieve praktijken (de verkoper met de 'voet tussen de deur') beperken door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding de keuzevrijheid van de consument.

Reclame-uiting

In beginsel valt iedere reclame-uitingen onder de Wet Oneerlijke handelspraktijken.

Er is sprake van een misleidende handelspraktijken (Artikel 6:193c BW) wanneer informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is, bijvoorbeeld ten aanzien van de voornaamste kenmerken van het product (beschikbaarheid, voordelen, risico’s e.d.), de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend, dan wel het bestaan van een specifiek prijsvoordeel, en/of de hoedanigheid en kenmerken van de handelaar, zoals zijn identiteit, status, erkenning, affiliatie of onderscheidingen.

De wet noemt ook van het begrip misleidende omissie. Dat betekent dat een indien (essentiële) productinformatie wordt weggelaten, dat ook een misleidende handelspraktijk kan opleveren (art. 6:193d BW). Een voorbeeld hiervan is niet alle bijkomende kosten te vermelden in de prijs, waardoor het totaalbedrag onverwachts hoger is.

Ook het gratis aanbieden van producten, zonder verplichte afnames daarna van producten tegen betaling kunnen een oneerlijke handelspraktijk opleveren.

Misleidende reclame

In de wet zijn ook regels opgenomen over misleidende reclame. Artikel 6:194 BW spreekt van mededelingen die in een of meer opzichten misleidend zijn, zoals onder meer ten aanzien van de aard of samenstelling van producten, de herkomst, de grootte van de voorraad, of de prijs. Dergelijke reclame-uitingen zijn dan volgens de wet onrechtmatig, wat betekent dat het mogelijk is om een schadevergoeding te eisen.

Vergelijkende reclame

Artikel 6:193c lid 2 sub a BW bepaalt dat indien er verwarring ontstaat tussen producten, handelsmerken, handelsnamen of andere onderscheidende kenmerken van de concurrent, dit eveneens een misleidende handelspraktijk oplevert. De wet stelt echter nog meer voorwaarden aan de vorm van marketing die bekend staat als vergelijkende reclame.

In beginsel is vergelijkende reclame echter wel toegestaan, mits wordt voldaan aan de vereisten uit artikel 6:194a BW.

Slaafse nabootsing

Het kopiëren van een product kan reeds worden tegengegaan door het inroepen van verschillende IE-rechten, zoals het auteursrecht, het modellenrecht en het merkenrecht. Indien deze IE-rechten echter geen uitkomst (meer) bieden, kan het kopiëren nog steeds onrechtmatig zijn. Dit is het geval wanneer de nabootsing onnodig tot verwarring bij het publiek kan leiden. Dat wordt ook wel slaafse nabootsing genoemd.

De Wet Oneerlijke Handelspraktijken noemt ook een voorbeeld hiervan. Een handelspraktijk is namelijk ook misleidend indien "door de marketing van het product waaronder het gebruik van vergelijkende reclame verwarring wordt geschapen ten aanzien van producten, handelsmerken, handelsnamen of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent".

Agressieve handelspraktijken

Ten slotte bepaalt artikel 6:193h BW dat een handelspraktijk agressief is indien door intimidatie, dwang, waaronder lichamelijk geweld, of met ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk wordt of kan worden beperkt. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met het tijdstip en de plaats, gedrag en taalgebruik. Agressieve handelspraktijken kunnen ook op internet plaatsvinden, bijvoorbeeld op websites of via e-mail. Indien dat hardnekkig gebeurt, bijvoorbeeld door spam, kan dat ook een oneerlijke handelspraktijk opleveren.

De ACM kan bij overtreding van de Wet oneerlijke handelspraktijken een boete tot € 900.000 opleggen.

Vragen?

Heeft u vragen over uw bedrijfsvoering en de wetgeving over oneerlijke handelspraktijken, of vermoedt u zelf oneerlijk beconcurreerd te worden? Neem dan gerust contact op met onze gespecialiseerde advocaten.

Joost Becker, advocaat