Aanbesteden in de Coronacrisis

26 maart 2020
Het coronavirus (SARS-CoV-2) en de ziekte die het veroorzaakt (Covid-19), stelt aanbesteders en ondernemers voor menig uitdaging. Ondanks de crisisomstandigheden, geldt aanbestedingsregelgeving onverkort. Hoe moeten aanbesteders, opdrachtnemers en geïnteresseerde marktpartijen in crisistijd omgaan met de aanbestedingsregels? Ik geef zeven aandachtspunten.
Frank Cornelissen
Frank Cornelissen
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

1. Verleng minimumtermijnen

De Aanbestedingswet 2012 bevat een groot aantal termijnen die een aanbesteder minimaal in acht moet nemen. Zie hier een overzicht van de belangrijkste termijnen. Het staat aan de aanbesteder om steeds te bezien of de termijn ook in het kader van een specifieke aanbesteding gepast zijn. De termijn moet proportioneel zijn (artikel 1.10 lid 2 onder 2 Aanbestedingswet 2012) en de Gids Proportionaliteit geeft aanbestedende diensten het volgende voorschrift:

Voorschrift 3.6

De aanbestedende dienst overweegt een langere termijn te hanteren dan de minimumtermijnen.”

Het opstellen van inschrijvingen is minder gemakkelijk voor ondernemers waarvan een deel van het personeel ziek is, of (gedwongen) thuiswerkt. Dat is een belangrijke reden om in de regel als aanbesteder nu langere termijnen te hanteren. Daarnaast moet – zoals altijd – rekening worden gehouden met de inspanningen die nodig zijn voor een aanmelding/inschrijving, met de complexiteit van de opdracht en de spoedeisendheid van de aanbesteding.

2. Kortere termijnen voor urgente situatie

In de regel zou de huidige coronacrisis eerder tot langere inschrijftermijnen leiden. Het kan echter ook zo zijn dat bepaalde inkoop door de crisis spoedeisender wordt en zelfs de reguliere minimale termijnen te lang zijn. Als sprake is van een urgente situatie, dan mag de aanbestedende dienst juist kortere termijnen hanteren (zie de “versnelde procedure” in dit overzicht).

3. Niet aanbesteden bij dwingende spoed

Er zijn ook omstandigheden denkbaar dat de coronacrisis leidt tot een behoefte die zo acuut is, dat voor een reguliere aanbestedingsprocedure (zelfs met kortere termijnen) geen tijd is. Denk aan het extreme voorbeeld van een spoedbestelling van een academisch ziekenhuis voor beademingsapparatuur en mondkapjes. In een dergelijk geval kan de aanbesteder met een of meer partijen onderhandelen en onderhands contracteren.

4. Lange kort gedingen

Een inschrijver die het niet eens is met de (afwijzende) gunningsbeslissing, moet binnen de opschortingstermijn van (minimaal) twintig dagen een kort geding aanhangig maken. Anders verliest hij in de regel zijn recht om definitieve gunning aan een ander te beletten. Wij begrijpen uit lopende zaken dat de rechtbank het gemiddelde kort geding in een aanbestedingszaak niet “urgent” vindt. Dat betekent dat het onduidelijk is hoe lang de zaak zal duren (de zittingsdatum geldt als “pro forma” datum). Aanbesteders moeten er dus rekening mee houden dat een kort geding de aanbestedingsprocedure aanzienlijk, met maanden, kan vertragen.

5. Nieuwe overeenkomst: contractuele voorwaarden en coronaclausule

Een aanbesteder moet proportionele contractvoorwaarden opstellen. Risico’s mogen niet zonder meer op het bordje van de ondernemer worden geschoven, met name als die ondernemer de risico’s niet kan beheersen. Voor bestaande overeenkomsten kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer vaak uit de voeten met regelingen voor “onvoorziene omstandigheden” (en varianten daarop) uit algemene voorwaarden en het BW (zie hieronder, punt 6). Voor nieuwe overeenkomsten kunnen veel van de ingrijpende coronagevolgen niet meer als “onvoorzien” gelden. Opdrachtgever en opdrachtnemer wéten inmiddels dat het virus om zich heen grijpt en grote gevolgen heeft. Om proportioneel te blijven handelen doet de opdrachtgever er om die reden goed aan om per opdracht te bekijken of het nodig en gewenst is om contractvoorwaarden aan te passen (denk aan langere levertijden/oplevertermijn, minder scherpe reactietijden in SLA’s) en om specifieke bepalingen te formuleren voor coronaperikelen. Zo is het mogelijk om rekening te houden met verschillende scenario’s (totale lockdown voor een bepaalde periode, minder belemmeringen in de zomermaanden, terugkeer coronavirus in het najaar etc.) en om de verplichtingen voor de opdrachtnemer daarvan afhankelijk te maken. Zo weet een aannemer op voorhand dat de uiteindelijke oplevertermijn niet onredelijk wordt.

6. Lopende overeenkomsten: handhaving, bouwtijdverlenging, bijbetaling, onvoorziene omstandigheden

Lopende overeenkomsten bevatten geen regelingen die zijn toegespitst op de coronacrisis, en aanbesteders zijn als uitgangspunt gehouden om de naleving van bestaande termijnen en verplichtingen te handhaven. Het accepteren van bepaalde afwijkingen zou namelijk kunnen neerkomen op een ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de aanbestede overeenkomst. Van een “afwijking” is echter geen sprake (en van een wezenlijke wijziging evenmin) als een beroep kan worden gedaan op een contractuele of wettelijke uitzondering. Gelukkig bevatten zowel het BW als standaardsets algemene voorwaarden regelingen die mogelijk uitkomst bieden. Denk aan bouwtijdverlenging (§ 8 lid 5 UAV 2012, § 44 UAV-GC 2005) en bijbetaling (§ 47 UAV 2012, § 44 UAV-GC 2005, art. 7:753 BW). Een onverhoopt – door corona – onredelijk uitpakkende overeenkomst kan in uiterste gevallen worden aangepast (van rechtswege resp. door de rechter) vanwege de eisen van “redelijkheid en billijkheid” (artikel 6:248 BW) en op grond van “onvoorziene omstandigheden” (artikel 6:258 BW). Kortom, er is in de huidige omstandigheden voor aanbesteders veel mogelijk binnen lopende overeenkomsten zónder “wijziging” van de opdracht.

7. Lopende overeenkomsten: wijziging zonder nieuwe aanbesteding

Door de coronacrisis zullen veel aanbesteders behoefte hebben aan aanpassing van de verhouding met hun opdrachtnemers. Als de wet, de overeenkomst zelf (denk aan verlengingsopties) en de algemene voorwaarden (zie ook hierboven, onder 6) geen uitkomst bieden, moet een bestaande overheidsopdracht dus worden gewijzigd. Dat kan als uitgangspunt alleen als de opdrachtnemer instemt én als de wijziging niet wezenlijk is. Onverminderd de gebruikelijke uitzonderingsmogelijkheden die een aanbesteder in dit verband ten dienste staan, kan in deze crisistijd een beroep worden gedaan op artikel 2.163e Aanbestedingswet 2012. Die uitzondering komt erop neer dat aanbesteder en opdrachtnemer een overeenkomst kunnen aanpassen (bijvoorbeeld door verlenging) indien sprake is van “omstandigheden die een zorgvuldige aanbestedende dienst niet kon voorzien” terwijl die omstandigheden hebben geleid tot de “behoefte aan de wijziging”. Ook een zorgvuldige aanbesteder heeft tot enkele weken geleden de gevolgen van de coronacrisis niet kunnen voorzien. Voor zover die crisis echt heeft geleid tot de behoefte om een bestaande overeenkomst te wijzigen (verlengen), kan dat dus met een beroep op dit artikel. Wél gelden dan enkele voorwaarden:

  • de totale prijsverhoging is lager dan 50% (n.v.t. voor speciale-sectorbedrijven);
  • de wijziging mag de aard van de opdracht niet veranderen (dat zal zich bij verlenging niet voordoen);
  • de wijziging wordt gepubliceerd via Tenderned.

Vragen? Neem contact op!

Voor (spoed)vragen kunt u contact opnemen met mij of met een van de andere advocaten van ons Aanbestedingsteam.

Gerelateerd

Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Raad van State: Didam-criteria van toepassing op begrotingssubsidies

In zijn uitspraak van 23 juli 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat ook begrotingssubsidies schaarse rechten kunnen zijn, aangezien ook bij begrotingssubsidies...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen