Hoge Raad verklaart belastingrente vennootschapsbelasting onverbindend

20 januari 2026

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de cassatieprocedure over de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (zaaknummer 24/04619). Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris is ongegrond verklaard, waarmee artikel 1, letter b, van het Besluit belasting- en invorderingsrente (‘Bbi’) onverbindend is verklaard.

In dit artikel

Eerder bespraken wij de conclusie van de Advocaat-Generaal (A-G) en de aanwijzing voor massaal bezwaar door de Staatssecretaris van Financiën. Aanleiding voor deze aanwijzing was de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, waarin het belastingrentepercentage van 8% voor de vennootschapsbelasting (‘Vpb’) onverbindend werd verklaard.[1] Nu de Hoge Raad definitief uitspraak heeft gedaan, zullen wij in deze blog de belangrijkste overwegingen en gevolgen van dit arrest bespreken.

Belangrijke (actie)punten

  • Op basis van het nu gewezen arrest van de Hoge Raad moet voor de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente over Vpb-schulden het (lagere) algemene belastingrentepercentage gelden.
  • De inspecteur zal één gezamenlijke collectieve uitspraak doen op alle bezwaren die als massaal bezwaar zijn aangewezen.
  • Wij raden aan de berekening van de belastingrente op uw aanslag altijd te (laten) controleren en tijdig voorlopige aanslagen aan te vragen om berekening van belastingrente zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Indien (desondanks) belastingrente over uw (definitieve) aanslag Vpb is berekend, raden wij aan om - indien nog mogelijk – binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag bezwaar aan te tekenen. Ten aanzien van voorlopige aanslagen kan tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag een verzoek tot herziening worden ingediend.
  • Voor aanslagen die inmiddels onherroepelijk vaststaan kan binnen de daarvoor geldende termijn van vijf jaar nog een verzoek om ambtshalve vermindering worden overwogen. Daarbij geldt echter dat een arrest in beginsel niet leidt tot ambtshalve vermindering indien de aanslag onherroepelijk vaststond vóór de datum van het arrest. Indien de Staatssecretaris van Financiën een afwijkend besluit treft, kan hiervan worden afgeweken.

Het oordeel van de Hoge Raad



Toetsing aan algemene rechtsbeginselen

De Hoge Raad heeft vooropgesteld dat het Bbi een algemeen verbindend voorschrift is dat niet is aan te merken als wetgeving in formele zin, en dat de rechter daarom kan en mag toetsen of een bepaling uit het Bbi in strijd is met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.

Met betrekking tot de regel die ter discussie stond, heeft de Hoge Raad vervolgens aangenomen dat de belangen van de betrokken Vpb-plichtigen kenbaar zijn meegewogen en dat artikel 1, letter b, van het Bbi zorgvuldig is voorbereid en voldoende is gemotiveerd. Daarmee kwam de Hoge Raad aan bij toetsing van deze bepaling aan het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.

Schending evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel

De Hoge Raad heeft bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel als criterium gehanteerd dat de nadelige gevolgen van een lastenverzwaring voor de betrokken belastingplichtigen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de doelen die met de desbetreffende regel worden gediend.

Uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat met artikel 1, aanhef en letter b, van het Bbi een budgettair doel wordt gediend. Het argument dat belastingrente ook een belangrijke prikkel voor Vpb-plichtigen vormt om op tijd en juist aangifte te doen, kan volgens de Hoge Raad bij de beoordeling van de proportionaliteit van het hogere percentage geen gewicht in de schaal leggen, omdat zonder nadere toelichting niet valt in te zien waarom bij de Vpb een in vergelijking met andere belastingen hoger rentepercentage nodig zou zijn om dit doel te bereiken.

Een lastenverzwaring die geheel of in overwegende mate op budgettaire motieven berust, komt onder meer in strijd met het evenredigheidsbeginsel indien de hogere lasten zonder goede grond slechts bij één groep belastingplichtigen worden gelegd.

De Hoge Raad heeft verschillende door de Staatssecretaris aangevoerde argumenten ter rechtvaardiging van het hogere rentepercentage verworpen:

  • De aansluiting bij de wettelijke rente voor handelstransacties kan geen rechtvaardigingsgrond vormen, omdat een nog niet geformaliseerde materiële belastingschuld niet is aan te merken als een handelsvordering en daarmee in dit verband ook niet vergelijkbaar is.
  • Het argument dat tegelijkertijd met de verhoging van het belastingrentepercentage het drempeltijdvak voor de berekening van belastingrente is verlengd, kan het gemaakte onderscheid evenmin rechtvaardigen.
  • Het argument dat belastingplichtigen het in rekening brengen van belastingrente zoveel mogelijk kunnen vermijden door tijdig te verzoeken om een voorlopige aanslag of door tijdig een juiste aangifte te doen, kan evenmin als rechtvaardiging worden aanvaard.
  • Het argument dat het hogere rentepercentage eveneens geldt in het geval belastingrente wordt vergoed, kan geen rechtvaardiging vormen voor de hoogte van dat percentage in gevallen waarin belastingrente in rekening wordt gebracht.

De Hoge Raad komt tot de slotsom dat de besluitgever met artikel 1, letter b, van het Bbi een lastenverzwaring heeft doorgevoerd waardoor extra lasten op het gebied van de belastingrente zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen worden gelegd. Deze bepaling is daarom in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel en is daarmee onverbindend.

Bredere toetsing van het rentepercentage

Niet alleen voor de Vpb loopt een massaal bezwaarprocedure tegen de in rekening gebrachte belastingrente, maar ook voor een reeks overige middelen is een dergelijke procedure aangewezen. De Staatssecretaris van Financiën heeft bezwaarschriften tegen de sinds 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor onder meer de inkomstenbelasting, erfbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), accijns, verbruiksbelastingen en milieuheffingen als massaal bezwaar aangewezen.

In deze procedure heeft de Hoge Raad (waarschijnlijk daarom) ten overvloede overwogen dat het belastingrentepercentage voor de overige middelen niet in strijd komt met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het (grondwettelijke) discriminatieverbod. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit rentepercentage evenmin in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In het licht hiervan lijkt de kans van slagen van het massaal bezwaar voor de overige middelen beperkt.

Welk rentepercentage geldt nu?

De onverbindendheid van de bijzondere regel van artikel 1, letter b, van het Bbi heeft tot gevolg dat het voor de Vpb geldende percentage van de belastingrente moet worden bepaald op basis van artikel 1, letter a, van het Bbi (‘het algemene belastingrentepercentage’)

Het algemene belastingrentepercentage is in beginsel gelijk aan de in artikel 6:119 BW bedoelde wettelijke rente voor niet-handelsovereenkomsten. Deze wettelijke rente wordt berekend door de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank te verhogen met een opslag van (in de jaren 2022 en 2023) 2,25 procentpunt, met een rekenkundige afronding van halve procenten.

Indien de wettelijke rente voor niet-handelsovereenkomsten lager is dan (in de jaren 2022 en 2023) 4%, wordt het algemene rentepercentage gesteld op 4%. Met ingang van 2024 bedraagt dit 4,5%. Hieronder hebben we een overzicht opgenomen van de geldende algemene belastingrentepercentages:

Periode  Percentage 
1-10-2020 tot en met 30-06-2023 4%
1-7-2023 tot en met 31-12-2023 6%
1-1-2024 tot en met 31-12-2024 7,5%
1-1-2025 tot en met 31-12-2025 6,5%
1-1-2026 tot en met heden 5%

Hoe nu verder?



Massaal bezwaar en collectieve uitspraak

Met het oog op de beantwoording van de rechtsvraag die centraal staat bij het massaal bezwaar, was de cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland bij de Hoge Raad als 'proefprocedure' geselecteerd. Nu de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, zal de inspecteur één gezamenlijke collectieve uitspraak doen op alle bezwaren die als massaal bezwaar zijn aangewezen.

Ambtshalve vermindering

Wanneer er geen bezwaarschrift is ingediend of dit niet binnen de bezwaartermijn is gedaan, komt de aanslag onherroepelijk vast te staan. Onder voorwaarden is het dan nog mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen. Daarbij geldt echter dat een arrest in beginsel niet leidt tot ambtshalve vermindering indien de aanslag onherroepelijk vaststond vóór de datum van dat arrest, tenzij de Staatssecretaris van Financiën een afwijkende regeling heeft getroffen of dit op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur de inspecteur verplicht. Door binnen de bezwaartermijn bezwaar te maken, wordt voorkomen dat een verzoek om ambtshalve vermindering nodig is.

Contact

Graag helpen wij u bij het indienen van uw bezwaar of verzoekschrift, het controleren van de belastingrente op de door u ontvangen aanslag en/of het beantwoorden van uw vragen over deze of onze vorige blogs. Neem daarover gerust contact op met uw Dirkzwager adviseur.

[1] Voor de volledigheid ziet dit ook op de belastingrente voor de bronbelasting, de minimumbelasting, de solidariteitsbijdrage en het winstaandeel. Wanneer wij verwijzen naar de belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedoelen wij, tenzij anders aangegeven, ook voorgaande belastingmiddelen.

Gerelateerd

Thuiswerkdrempel: belangrijke wijzigingen in het belastingverdrag met Duitsland

Met ingang van 1 januari 2026 is het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland gewijzigd. Deze wijzigingen zijn met name relevant voor organisaties met...

Nieuw Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026: wat betekent dit voor opdrachtgevers en zzp’ers?

Met het nieuwe Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 zet de Belastingdienst een belangrijke stap richting normalisering van het toezicht op...
Ontdek de belangrijkste fiscale aandachtspunten 2025 voor (semi-)publieke organisaties en bereid uw organisatie optimaal voor op 2026.

Eindejaarsblog 2025 – Fiscale aandachtspunten voor (semi-)publieke organisaties

Het einde van het jaar is een natuurlijk moment om terug te kijken, bij te sturen en vooruit te kijken. Ook voor organisaties binnen de (semi-)publieke sector...
Samenwerken in de zorg: op weg naar een fiscaal zorgeloze Zorg-BV

Samenwerken in de zorg: op weg naar een fiscaal zorgeloze Zorg-BV

Ontwikkelingen in het zorglandschap dwingen zorgaanbieders om meer en efficiënter samen te werken. Zo zien we dat zorginstellingen steeds vaker kiezen voor een...

DGA met een gezin: voorkom juridische en fiscale risico’s voor uw gezin en uw onderneming

Als DGA (directeur-grootaandeelhouder) bent u dagelijks bezig met uw onderneming. Toch spelen uw gezinssituatie en levensfase een minstens zo grote rol bij de...

Update belastingrente: conclusie Advocaat-Generaal in het voordeel van Vpb-plichtigen

De discussie over de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting blijft zich ontwikkelen. Nadat de rechtbank Noord-Nederland eerder oordeelde...
No posts found