Opties compensatie box 3 en nieuwe vermogensaanwasbelasting gepresenteerd

15 april 2022
Op 15 april 2022 heeft het kabinet een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met daarin twee opties van rechtsherstel voor de mensen die belasting hebben betaald over vermogen in box 3.
Dennis Nijssen
Dennis Nijssen
Fiscalist - Partner
Tim Danen
Tim Danen
Fiscalist
In dit artikel

Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire wijze waarop sinds 2017 het belastbare inkomen over het vermogen van belastingplichtigen wordt bepaald (box 3) onder omstandigheden strijdig is met bepalingen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Zie ook Hoge Raad zet streep door berekening inkomen in box 3.

Op 15 april 2022 heeft het kabinet naar aanleiding van deze uitspraak een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met daarin twee opties van rechtsherstel voor de mensen die belasting hebben betaald over vermogen in box 3 voor de jaren 2017 tot en met 2022. Bij beide opties wordt geprobeerd het belastbare inkomen voor box 3 zo dicht mogelijk aan te laten sluiten bij het werkelijk rendement op het vermogen van de belastingplichtigen. Het kabinet bereidt voor de jaren 2023 en 2024 tijdelijke wetgeving voor die zal aansluiten bij de manier waarop voor 2017 tot en met 2022 rechtsherstel wordt geboden. Vanaf 2025 is het dan de bedoeling dat met een vermogensaanwasbelasting jaarlijks belasting wordt geheven over de werkelijke opbrengst van het vermogen.

Doelgroep rechtsherstel

Het kabinet moet nog beslissen of alleen de mensen die bezwaar hebben aangetekend tegen de heffing in box 3 in aanmerking komen voor het rechtsherstel of dat deze groep wordt uitgebreid. Alle mensen bij wie de aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief is opgelegd komen tevens in aanmerking voor rechtsherstel.

Optie 1 : de spaarvariant

Bij de spaarvariant wordt gekeken naar de samenstelling van het vermogen van iedere belastingplichtige, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen spaargeld, schulden en overige bezittingen (zoals effecten en onroerend goed). Het inkomen voor box 3 ten aanzien van het gedeelte van het vermogen dat bestaat uit spaargeld wordt bepaald aan de hand van de actuele spaarrente (dat komt uit op ongeveer 0,25% in 2017, aflopend tot 0% in de jaren daarna). Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente (ruim 3%, aflopend naar iets minder dan 2,5%). Voor zover het vermogen uit overige bezittingen bestaat wordt het inkomen bepaald aan de hand van het meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen (2017: 5,39%, 2018: 5,38%, 2019: 5,59%, 2020: 5,28%, 2021: 5,69%, 2022: 5,53%).

Onder deze variant krijgt een belastingplichtige met in 2020 een totaal vermogen van € 200.000, waarvan € 150.000 spaargeld en € 50.000 beleggingen, € 916 aan belasting over 2020 terug. Een belastingplichtige met een totaal vermogen van € 200.000 en (maar) € 50.000 spaargeld en € 150.000 beleggingen krijgt niets terug. Onder deze variant was de belastingplichtige namelijk meer belasting verschuldigd geweest.

Optie 2 : de forfaitaire variant

Bij de forfaitaire variant wordt nog specifieker gekeken naar de samenstelling van het vermogen van de belastingplichtige. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen onder andere spaargeld, onroerende zaken, effecten (aandelen en obligaties), contant geld en vorderingen. Per vermogenscategorie wordt het belastbare inkomen voor box 3 bepaald aan de hand van het gemiddelde rendement voor de desbetreffende vermogenscategorie in dat jaar. In vergelijking tot de spaarvariant wordt hier nog beter aangesloten bij het werkelijk rendement op het vermogen. Bij deze variant is het mogelijk dat ook belastingplichtigen met veel effecten een gedeelte van hun box 3-belasting over een bepaald jaar terugkrijgen. Bijvoorbeeld indien in dat jaar het gemiddelde rendement op effecten lager was dan het meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen (zie spaarvariant).

Keuze, aangiften en tegenbewijs

Het is nog onduidelijk voor welke optie zal worden gekozen. Het kabinet geeft echter wel aan dat de budgettaire derving bij de forfaitaire variant fors is, maar dat bij de spaarvariant mogelijk niet in rechtsherstel wordt gezien voor belastingplichtigen die daar wel recht op hebben.

Belastingplichtigen dienen desalniettemin hun aangifte inkomstenbelasting over 2021 in te dienen vóór 1 mei 2022 (tenzij uitstel is verleend). Bij de definitieve aanslag zal het belastbare inkomen over het vermogen worden bepaald aan de hand van de spaarvariant of de forfaitaire variant. Dit tenzij op basis van het huidige box 3-stelsel (forfaitair rendement, zonder onderscheid vermogenscategorieën) minder belasting verschuldigd zou zijn.

Er wordt gekeken of belastingplichtigen nog de mogelijkheid krijgen om met tegenbewijs een lager rendement aan te tonen dan het rendement dat op basis van de spaarvariant of forfaitaire variant wordt bepaald.

Vanaf 2025 een vermogensaanwasbelasting

Het kabinet beoogt per 2025 een nieuw box 3-stelsel te implementeren op basis van het werkelijk rendement. Voorgesteld is om dit vorm te geven als een vermogensaanwasbelasting. In dat geval wordt jaarlijks belasting geheven over de reguliere inkomsten (zoals rente, dividend, huur en pacht minus kosten), alsmede de waardeontwikkeling van vermogensbestandsdelen (koerswinst of verlies van aandelen en waardestijgingen of waardedalingen van onroerend goed).

Wij houden u uiteraard op de hoogte van de keuzes die het kabinet zal maken ten aanzien van de doelgroep van het rechtsherstel, de vormgeving hiervan en het nieuwe box 3-stelsel.

 

Gerelateerd

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Samenwerking tussen (semi)publieke organisaties, zoals zorg- en onderwijsinstellingen, neemt toe. Binnen de zorgsector zien we meer en meer regionale...
Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsfaciliteit in de Vpb

Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsingsfaciliteit in de Vpb

Op 27 februari 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting (HR 27 februari 2026,...

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting: wat gebeurt er nu en wanneer?

In ons eerdere blog schreven wij over het arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de...
Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland. Het akkoord bevat diverse fiscale afspraken...

Modernisering forfaits schenk- en erfbelasting: wat betekent dit voor u?

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wkz verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Online
10.00 - 11.30
07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen