Zoeken
  1. VGZ voert cessieverbod in voor wijkverpleging en ggz vanaf januari 2020

VGZ voert cessieverbod in voor wijkverpleging en ggz vanaf januari 2020

Op dit moment is VGZ de enige van de vier grote zorgverzekeraars (Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis) die geen cessieverbod hanteert in de polisvoorwaarden. Daar komt evenwel vanaf volgend jaar verandering in, zo maakte VGZ begin deze maand op haar website bekend. VGZ laat weten dat zorgaanbieders de mogelijkheid hebben bezwaar te maken tegen de invoering van het cessieverbod.
Auteur artikelStefan Donkelaar
Gepubliceerd17 juli 2019
Laatst gewijzigd17 juli 2019
Leestijd 

Cessieverbod gaat gepaard met problemen
Het cessieverbod maakt rechtstreeks declareren voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders onmogelijk. Eind 2018, toen net bekend werd dat zorgverzekeraars CZ en Menzis het cessieverbod per 2019 zouden invoeren, schreef mijn kantoorgenoot Pascalle Boerrigter over de (ernstige) gevolgen die het cessieverbod met zich kan brengen. Meerdere zorgaanbieders voorzagen grote problemen, waarop zij de noodklok luidden in een brandbrief aan de minister van VWS en de zorgverzekeraars. Dit mocht de door het cessieverbod getroffen zorgaanbieders niet baten. Volgens de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS is het cessieverbod een prima instrument om niet-gecontracteerde zorg te ontmoedigen. De nadelige gevolgen voor patiënten en zorgaanbieders, zoals (grote) betalingsproblemen en afbreuk aan behandeleffectiviteit, doen er kennelijk minder toe. Contracteren is het devies, aldus de minister (die kennelijk in de veronderstelling leeft dat het steeds een geheel vrijwillige keuze is van zorgaanbieders om al dan niet te contracteren met zorgverzekeraars).

Rechtszaak tegen CZ en Menzis; een stap in de goede richting
Intussen startte een grote ggz instelling een rechtszaak tegen CZ en Menzis. Doel: het cessieverbod van tafel krijgen. Op 11 januari 2019 volgde vonnis. Hierover schreef mijn kantoorgenoot Koen Mous reeds een treffend artikel. Het cessieverbod ging niet van tafel, maar de Bredase voorzieningenrechter erkende wel dat deze maatregel ernstige gevolgen met zich brengt (voor zover het de verslavingszorg betreft). Omdat CZ, anders dan Menzis, voor bepaalde vormen van verslavingszorg geen alternatief bood om rechtstreeks betalingsverkeer mogelijk te maken (in de vorm van het sluiten van een betaalovereenkomst), oordeelde de rechter dat CZ onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van zorgaanbieders én hiermee onrechtmatig handelt jegens hen.

Beleid VGZ
Thuiszorgaanbieders die in 2020 geen contract (kunnen) sluiten met VGZ zitten met de gebakken peren; zij moeten de rekening direct naar hun cliënt sturen en dan maar afwachten of zij betaald zullen krijgen voor de reeds door hen geleverde zorg. Het debiteurenrisico is met andere woorden groot.

Voor zorginstellingen in de ggz laat VGZ, in lijn met de laatste rechtspraak, wel de mogelijkheid open voor direct betalingsverkeer. Ggz instellingen kunnen, onder strikte voorwaarden, in aanmerking komen voor een betaalovereenkomst: zij moeten dan van onberispelijk gedrag zijn, iedere declaratie moet zijn goedgekeurd door de verzekerde, en het moet gaan om verslavingszorg of om andere ggz waarbij de zorginstelling geen omzet mag hebben van meer dan € 300.000,- Grote ggz instellingen die andere zorg dan verslavingszorg leveren, zijn dus bij voorbaat uitgesloten. Het is nog maar de vraag of deze voorwaarden (die op zichzelf al veel vragen oproepen) juridisch houdbaar zijn. VGZ schroomt er in ieder geval niet voor de grenzen met de rechtspraak op te zoeken.

Waarom?
Gelet op alle ellende die het cessieverbod veroorzaakt, dringt de vraag zich op waarom VGZ er nu (toch ineens) voor kiest het beleid van de andere grote zorgverzekeraars met ingang van 1 januari 2020 te volgen. ‘Grip op kwaliteit en betaalbaarheid’, zo valt te lezen op de website van VGZ. VGZ laat hierbij na te vermelden hoe een cessieverbod daadwerkelijk bijdraagt aan deze kennelijk door VGZ gewenste grip op kwaliteit en betaalbaarheid. Voor zorginstellingen is het cessieverbod helemaal geen instrument dat de kwaliteit en betaalbaarheid bevordert, in tegendeel: zij zien een cessieverbod louter als een (zoveelste) administratieve barrière, die niets anders doet dan het nodeloos bemoeilijken van het betalingsverkeer en de patiëntenzorg in gevaar brengt. Meer tijd is immers nodig voor administratieve werkzaamheden, minder tijd blijft over voor het verlenen van kwalitatief goede zorg. Het beleid van de zorgverzekeraars druist bovendien volledig in tegen de trend van het ‘ontregelen van de zorg’.  

Slot
Zoals ik eerder ook al schreef naar aanleiding van de eerste NZa monitor contractering ggz, kan men zich afvragen of we ons niet juist zouden moeten focussen op het aantrekkelijker (en makkelijker) maken van een contract, in plaats van het ontmoedigen (lees: pesten) van zorginstellingen die geen contract hebben kunnen sluiten met zorgverzekeraars. Hopelijk gaan zorgverzekeraars zich dat ook eens realiseren. Tegen deze achtergrond bezien, lijkt het mij in ieder geval verstandig om de mogelijkheid van bezwaar bij VGZ niet onbenut te laten.

Verder praten over het cessieverbod en de implicaties hiervan? Neem vooral contact op met onze specialisten: Koen Mous, Pascalle Boerrigter of Stefan Donkelaar.