De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): overgangsregeling (6)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): overgangsregeling (6)

Op 1 januari 2022 treden de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) in werking. In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) gaan wij in op de overgangsregeling van de Wtza voor bestaande zorgaanbieders.
Leestijd 
Auteur artikel Charlotte Perquin-Deelen
Gepubliceerd 06 augustus 2020
Laatst gewijzigd 21 mei 2021
 

Op 1 januari 2022 treden de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) in werking. De Wtza introduceert een meldplicht voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders, een vernieuwde vergunningsprocedure en stelt eisen aan de bestuursstructuur (onafhankelijke interne toezichthouder). De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de AWtza.

In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) gaan wij in op de overgangsregeling van de Wtza voor bestaande zorgaanbieders.

Overgangsregeling

Zoals uiteengezet in onze vorige blogs voorziet de Wtza in een meldplicht voor zorgaanbieders die zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) willen gaan verlenen of laten verlenen respectievelijk een vergunningsplicht voor (i) instellingen die medisch-specialistische zorg verlenen of doen verlenen, of (ii) met meer dan tien zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz of de Zvw verlenen of doen verlenen. Voor zorgaanbieders en instellingen die al zorg verlenen op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wtza bevat de Wtza een overgangsregeling.

Meldplicht

Het uitgangspunt is dat de meldplicht vanaf de inwerkingtreding van de Wtza ook geldt voor bestaande zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wtza reeds zorg als bedoeld bij of krachtens de Wkkgz respectievelijk jeugdhulp verlenen of laten verlenen. Op grond van de overgangsregeling dienen zij zich binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wtza te melden (dus vóór 1 juli 2022). Meldt een bestaande zorg- of jeugdhulpaanbieder zich niet vóór 1 juli 2022, dan kan de IGJ een boete opleggen van maximaal € 21.750,-.

De volgende bestaande zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders hoeven zich niet te melden omdat zij al bekend zijn bij de IGJ:

  • Bestaande zorgaanbieders met een Wtzi-toelating.
  • Bestaande zorgaanbieders die op 1 januari 2022 vermeld staan in het Landelijk Register Zorgaanbieders.
  • Bestaande zorgaanbieders die vóór 1 juli 2022 de jaarverantwoording voor het verslagjaar 2021 hebben aangeleverd.
  • Bestaande jeugdhulpaanbieders die vóór 1 juli 2022 de jaarverantwoording voor het verslagjaar 2021 hebben aangeleverd.

-     Bestaande jeugdhulpaanbieders die uitstel hebben verzocht van het tijdstip waarop de jaarverantwoording over 2021 openbaar moet worden gemaakt

Vergunningplicht

Voor instellingen aan wie vóór de inwerkingtreding van de Wtza een toelating op grond van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) is verleend en die Wtza-vergunningplichtig zijn, houdt de overgangsregeling in dat de Wtzi-toelating op 1 januari 2022 van rechtswege wordt omgezet in een Wtza-vergunning. Zij hoeven dus geen Wtza-vergunning aan te vragen. De Wtzi-toelating vervalt als de toegelaten instelling onder de Wtza niet over een vergunning hoeft te beschikken.

Bestaande instellingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtza door de Wtzi worden aangemerkt als in het bezit van een Wtzi-toelating, zoals instellingen voor huisartsenzorg en mondzorg, en die Wtza-vergunningplichtig zijn, moeten na de inwerkintreding van de Wtza een Wtza-vergunning aanvragen. Zij krijgen daarvoor twee jaar de tijd (dus tot 1 januari 2024). Hetzelfde geldt voor bestaande instellingen die op grond van de huidige wetgeving geen Wtzi-toelating nodig hebben, maar in het nieuwe stelsel wel Wtza-vergunningplichtig zijn. Aan het aanvragen van een Wtza-vergunning zijn gedurende bedoelde twee jaren geen kosten verbonden. De termijn van twee jaar is gekozen om te voorkomen dat het CIBG veel aanvragen voor een Wtza-vergunning moet verwerken in de eerste periode na de inwerkingtreding van de Wtza. Wordt er niet vóór 1 januari 2024 een Wtza-vergunning aangevraagd, dan kan de minister/IGJ met een last onder dwangsom de instelling dwingen alsnog een Wtza-vergunning aan te vragen en/of de IGJ kan een boete opleggen van max € 87.000,-.

Gerelateerde Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Vergunningplicht (4)

Toezicht en handhaving (5)

AWtza (7)

Bestuursstructuur (8)

Contact

Heeft u vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van de andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.