De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): overgangsregeling (6)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): overgangsregeling (6)

Naar verwachting zullen op 1 juli 2021 de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking treden. De Wtza introduceert een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders en een vernieuwde vergunningsprocedure voor een specifieke categorie instellingen. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de Awtza. In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) gaan wij in op de overgangsregeling van de Wtza voor bestaande zorgaanbieders.
Auteur artikelCharlotte Perquin-Deelen
Gepubliceerd06 augustus 2020
Laatst gewijzigd22 september 2020
Leestijd 

De komende periode zullen wij korte blogs op deze kennispagina publiceren over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet toetreding zorgaanbieders (Awtza). In dit zesde blog gaan wij in op de overgangsregeling van de Wtza voor bestaande zorgaanbieders. 

Overgangsregeling

Zoals uiteengezet in onze vorige blogs voorziet de Wtza in een meldplicht voor zorgaanbieders die zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) willen gaan verlenen of laten verlenen respectievelijk een vergunningplicht voor instellingen die medisch-specialistische zorg (doen) verlenen of met ten minste tien personen zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz of de Zvw (doen) verlenen. Voor zorgaanbieders en instellingen die al zorg verlenen op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wtza bevat de Wtza een overgangsregeling.

Meldplicht

Het uitgangspunt is dat de meldplicht vanaf de inwerkingtreding van de Wtza ook geldt voor bestaande zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wtza reeds zorg als bedoeld bij of krachtens de Wkkgz respectievelijk jeugdhulp (laten) verlenen. Op grond van de overgangsregeling dienen zij zich binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wtza te melden.

In het Uitvoeringsbesluit Wtza, dat op dit moment nog ter internetconsultatie voorligt, wordt een aantal categorieën bestaande zorgaanbieders een uitzondering gemaakt op de meldplicht. Om te beginnen zijn de categorieën zorgaanbieders die in het Uitvoeringsbesluit Wtza zijn uitgezonderd van de meldplicht voor nieuwe zorgaanbieders (bijvoorbeeld apothekers die staan ingeschreven in het register van gevestigde apothekers en militaire instellingen), eveneens uitgezonderd van de meldplicht voor bestaande zorgaanbieders.

De tweede uitzonderingscategorie betreft zorgaanbieders die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtza al geregistreerd zijn in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa).

De laatste twee uitzonderingscategorieën hebben betrekking op verslaggeving van zorgaanbieders. Zo zijn zorgaanbieders die voor de inwerkingtreding van de Wtza de financiële jaarverantwoording over het jaar 2020 openbaar hebben gemaakt en zorgaanbieders die uitstel hebben verzocht van het tijdstip waarop de jaarverantwoording openbaar moet worden gemaakt, uitgezonderd van de meldplicht. Omdat deze categorieën zorgaanbieders reeds in beeld zijn bij de IGJ zijn zij uitgezonderd van de meldplicht. In het Besluit Jeugdwet zullen uitzonderingen worden opgenomen op de meldplicht voor bestaande jeugdhulpaanbieders.

Vergunningsplicht

Voor instellingen aan wie vóór de inwerkingtreding van de Wtza een toelating op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) is verleend en die Wtza-vergunningplichtig zijn houdt de overgangsregeling in dat de WTZi-toelating van rechtswege wordt omgezet in een Wtza-vergunning. Zij hoeven dus geen Wtza-vergunning aan te vragen. De Wtzi-toelating vervalt als de toegelaten instelling onder de Wtza niet over een vergunning hoeft te beschikken.

Bestaande instellingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wtza door de WTZi worden aangemerkt als in het bezit van een WTZi-toelating, zoals instellingen voor huisartsenzorg en mondzorg, en die Wtza-vergunningplichtig zijn moeten na de inwerkintreding van de Wtza een Wtza-vergunning aanvragen. Zij krijgen daarvoor twee jaar de tijd. Hetzelfde geldt voor bestaande instellingen die op grond van de huidige wetgeving geen WTZi-toelating nodig hebben, maar in het nieuwe stelsel wel Wtza-vergunningplichtig zijn. Aan het aanvragen van een Wtza-vergunning zijn gedurende bedoelde twee jaren geen kosten verbonden.

De termijn van twee jaar is gekozen om te voorkomen dat het CIBG veel aanvragen voor een Wtza-vergunning moet verwerken in de eerste periode na de inwerkingtreding van de Wtza.

Gerelateerde serie Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Vergunningplicht (4)

Toezicht en handhaving (5)

Contact

Heeft u vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van de andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.