De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): bestuursstructuur (8)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): bestuursstructuur (8)

Op 1 januari 2022 treden de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) in werking. De Wtza introduceert een meldplicht voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders, een vernieuwde vergunningsprocedure en stelt eisen aan de bestuursstructuur (onafhankelijke interne toezichthouder). De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de AWtza.
Leestijd 
Auteur artikel Marieke van Dongen
Gepubliceerd 12 mei 2021
Laatst gewijzigd 17 mei 2021
 

In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) gaan wij in op de eisen die de Wtza en het Uitvoeringsbesluit Wtza stellen aan de bestuursstructuur van vergunningplichtige instellingen.

Eisen bestuursstructuur

Net als het Uitvoeringsbesluit Wtzi bevat de Wtza eisen met betrekking tot de bestuursstructuur van instellingen. Met deze eisen wordt beoogd te waarborgen dat de bestuursstructuur van een instelling zodanig is ingericht dat adequaat toezicht kan worden uitgeoefend op de dagelijkse of algemene leiding van de instelling. De eisen met betrekking tot de bestuursstructuur houden onder andere in dat vergunningplichtige instellingen een interne toezichthouder moeten hebben die toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en de algemene gang van zaken binnen de instelling en die de dagelijkse of algemene leiding van de instelling met raad ter zijde staat. De instelling dient schriftelijk vast te leggen op welke wijze zij voldoet aan de eisen omtrent de bestuursstructuur die worden gesteld in de Wtza en in het Uitvoeringsbesluit Wtza. Dit zal worden uitgewerkt bij ministeriële regeling.

Welke instellingen moeten een onafhankelijke interne toezichthouder hebben?

Onder de Wtza zijn de volgende vergunningplichtige instellingen verplicht om een onafhankelijke interne toezichthouder te hebben:

  1. Instellingen die medisch specialistische zorg (doen) verlenen: indien er sprake is van in de regel meer dan tien zorgverleners.
  2. Instellingen voor Zvw-zorg of Wlz-zorg waarbij sprake is van verblijf en/of verpleging, persoonlijke verzorging of begeleiding: indien er sprake is van in de regel meer dan tien zorgverleners.
  3. Instellingen die Zvw-zorg of Wlz-zorg (doen) verlenen zonder verblijf en waarbij géén sprake is van medisch specialistische zorg, verpleging, persoonlijke verzorging of begeleiding: indien er sprake is van in de regel vijfentwintig of meer zorgverleners.

Om te voorkomen dat een instelling onmiddellijk na het aannemen van een extra zorgverlener moet voldoen aan de verplichting tot het aanstellen van een interne toezichthouder, is de toevoeging «in de regel» opgenomen.

Uitzonderingen

De vergunningplichtige instellingen die worden genoemd in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Wtza zijn uitgezonderd van de verplichting tot het aanstellen van een interne toezichthouder omdat het toezicht op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van deze instellingen al op andere wijze is geborgd dan wel de eisen met betrekking tot de interne toezichthouder disproportioneel worden geoordeeld. Zo zijn kleinere zorginstellingen uitgezonderd van de verplichting tot het aanstellen van een interne toezichthouder.

Samenstelling

De interne toezichthouder moet uit minimaal drie natuurlijke personen bestaan. In de toelichting bij het Uitvoeringsbesluit Wtza wordt opgemerkt dat hierdoor binnen de interne toezichthouder vanuit verschillende invalshoeken en achtergronden discussie kan worden gevoerd, hetgeen een afgewogen besluitvorming binnen de interne toezichthouder bevordert.

Onafhankelijkheidseisen

Ter waarborging van een onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder zijn in het Uitvoeringsbesluit Wtza de volgende onafhankelijkheidseisen opgenomen:

  1. een lid van de interne toezichthouder ontvangt geen andere financiële vergoeding van de instelling dan een passende vergoeding voor de als lid van de interne toezichthouder verrichte werkzaamheden;
  2. een lid van de interne toezichthouder, diens echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad mag:

1°         tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen lid zijn van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling;

2°         in de periode van een jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder niet tijdelijk hebben voorzien in de dagelijkse of algemene leiding van de instelling bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de dagelijkse of algemene leiding;

3°         tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen werknemer van de instelling zijn dan wel krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor de instelling hebben verricht;

4°         tijdens dan wel in de periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap van de interne toezichthouder geen zakelijke relatie onderhouden met de instelling die de onafhankelijkheid van het lid van de interne toezichthouder dan wel het vertrouwen in die onafhankelijkheid in gevaar brengt;

5°         geen lid zijn van de dagelijkse of algemene leiding van een andere instelling indien een lid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling lid is van de interne toezichthouder van die andere instelling;

6°         geen aandelen in de instelling houden;

7°         geen lid zijn van de dagelijkse of algemene leiding van een rechtspersoon die aandelen in de instelling houdt dan wel van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht;

8°         geen lid zijn van de interne toezichthouder van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de instelling geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden verricht, tenzij die andere instelling een dochtermaatschappij van de instelling is als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of die andere instelling met de instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

9°         geen lid zijn van de interne toezichthouder van een rechtspersoon die aandelen in de instelling houdt, tenzij die rechtspersoon met de instelling is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Termijn

Een toezichthouder kan zijn functie bij dezelfde instelling in beginsel vier jaar uitoefenen, met éénmaal de mogelijkheid tot verlenging van nogmaals vier jaar. Een persoon kan niet langer dan acht jaar toezichthouder zijn bij dezelfde instelling, ongeacht of het een aaneengesloten periode betreft. Er is gekozen voor een maximale termijn van acht omdat de leden van de interne toezichthouder zich anders teveel kunnen gaan vereenzelvigen met de dagelijkse of algemene leiding en het in het verleden door de instelling gevoerde beleid, waardoor een ongebonden kijk van de interne toezichthouder op bestuur en beleid van de instelling niet meer zou zijn gewaarborgd.

Gerelateerde Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Vergunningplicht (4)

Toezicht en handhaving (5)

Overgangsregeling (6)

AWtza (7)

Contact

Heeft u vragen over de Wtza of de AWtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van onze andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.