De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): betrokkenen (2)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): betrokkenen (2)

Naar verwachting zullen op 1 juli 2021 de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking treden. De Wtza introduceert een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders en een vernieuwde vergunningsprocedure voor een specifieke categorie instellingen. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de Awtza.
Auteur artikelMarieke van Dongen
Gepubliceerd06 juli 2020
Laatst gewijzigd24 juli 2020
Leestijd 

De komende periode zullen wij korte blogs op deze kennispagina publiceren over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza). In dit blog gaan wij in op de betrokkenen (meldingsplichtige zorgaanbieders, vergunningsplichtige instellingen, CIBG, IGJ en de NZa).

Meldingsplichtige zorgaanbieders

De meldplicht geldt voor zorgaanbieders die zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) willen gaan verlenen of laten verlenen (art. 2 lid 1 Wtza). De Wkkgz verstaat onder zorg: (i) Wlz-zorg, (ii) Zvw-zorg en (iii) andere zorg (zijnde handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), niet zijnde Wlz-zorg of Zvw-zorg, alsmede handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt. Onder zorgaanbieders verstaat de Wtza instellingen[1] dan wel solistisch werkende zorgverleners[2]. Ook onderaannemers vallen onder de reikwijdte van de meldplicht. Via een wijziging van de Jeugdwet gaat de meldplicht ook gelden voor nieuwe jeugdhulpaanbieders.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van zorgaanbieders worden aangewezen waarvoor de meldplicht niet geldt. In het Uitvoeringsbesluit Wtza, dat op dit moment nog ter internetconsultatie voorligt, wordt voor een aantal categorieën zorgaanbieders een uitzondering gemaakt op de meldplicht. Zo hoeven bijvoorbeeld apothekers die staan ingeschreven in het register van gevestigde apothekers en militaire instellingen geen melding te doen.

Vergunningplichtige instellingen

Onder de Wtza dienen twee categorieën zorginstellingen te beschikken over een toelatingsvergunning, namelijk (i) instellingen die medisch specialistische zorg[3] (ongeacht of het verzekerde dan wel onverzekerde zorg betreft) verlenen of doen verlenen, en (ii) instellingen die met meer dan tien zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz of de Zvw verlenen of doen verlenen. Bij deze laatste categorie instellingen is voor een grens van meer dan tien zorgverleners gekozen omdat het belang van goede governance voor de kwaliteit van zorg een grotere rol speelt bij grotere zorginstellingen, bijvoorbeeld omdat in die instellingen beslissingsbevoegdheden op grotere afstand van het daadwerkelijke zorgverleningsproces staan. Daarbij is ook rekening gehouden met de administratieve lasten voor kleine instellingen en met de uitvoeringslasten.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel is een amendement (amendement-Bergkamp c.s.) aangenomen dat het mogelijk maakt om de vergunningsplicht bij algemene maatregel van bestuur uit te breiden zodat in een bepaalde (risico)zorgsector de vergunningsplicht ook geldt indien geen sprake is van medisch specialistische zorgverlening en/of er door tien of minder zorgverleners Zvw-zorg of Wlz-zorg wordt verleend.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van zorgaanbieders worden aangewezen waarvoor de vergunningsplicht niet geldt. In het Uitvoeringsbesluit Wtza wordt voor onder meer Regionale Ambulancevoorzieningen en militaire instellingen een uitzondering gemaakt op de vergunningsplicht.

CIBG

Onder de Wtza is het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) belast met het verwerken van aanvragen voor een Wtza-vergunning en het beheren en onderhouden van de digitale portal via welke de meldingen door nieuwe zorgaanbieders worden gedaan.

NZa

Op dit moment is de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) op grond van de WTZi belast met het toezicht op een transparante financiële bedrijfsvoering, het verbod van winstoogmerk en de publicatie van de jaarverantwoording. Omdat de expertise van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ligt op het terrein van financieel-administratieve en bedrijfseconomische processen wordt het toezicht hierop overgeheveld naar de NZa.

IGJ

De IGJ blijft net als nu toezicht houden op het primaire proces van zorgverlening. Op basis van de melding kan de IGJ de risico’s analyseren en besluiten tot een bezoek in het kader van het toezicht.

Gerelateerde serie Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Meldplicht (3)

Vergunningplicht (4)

Contact

Heeft u vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van onze andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.

 

 

 

[1]  De Wtza verstaat onder een instelling een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen, organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doet verlenen of natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen, met uitzondering van een instelling die binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende zorg een deel van die zorg verleent.

[2]   De Wtza verstaat onder een solistisch werkende zorgverlener een zorgverlener die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een instelling, beroepsmatig zorg verleent.

[3]    Medisch specialistische zorg is door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen zorg die door een arts wordt verleend en valt binnen de bijzondere deskundigheid van artsen aan wie de bevoegdheid toekomt tot het voeren van een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14 van de Wet BIG.

Beoordeel dit artikel