1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): vergunningplicht (4)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): vergunningplicht (4)

Op 1 januari 2022 zullen de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking treden. De Wtza introduceert een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders en een vernieuwde vergunningsprocedure voor een specifieke categorie instellingen. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de Awtza.
Leestijd 
Auteur artikel Charlotte Perquin-Deelen
Gepubliceerd 24 juli 2020
Laatst gewijzigd 04 oktober 2021

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): vergunningplicht (4)

Op 1 januari 2022 treden de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) in werking. De Wtza introduceert een meldplicht voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders, een vernieuwde vergunningsprocedure en stelt eisen aan de bestuursstructuur (onafhankelijke interne toezichthouder). De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de AWtza.

In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) gaan wij in op de vergunningplicht.

Doel van de vergunningplicht

Naast een meldplicht (zie blog 3 van deze reeks) introduceert de Wtza ook een vergunningplicht voor bepaalde categorieën instellingen. De vergunningplicht strekt ertoe om het huidige toelatingssysteem te verbeteren en aan te scherpen waardoor de kwaliteit en de rechtmatigheid van de zorg kunnen worden bevorderd. De Wtza-vergunning komt in plaats van de huidige Wtzi-toelating.

Wie moet een vergunning hebben?

De categorie instellingen die onder de Wtza over een vergunning moet beschikken wijzigt ten opzichte van het huidige toelatingsregime van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Onder de Wtza moeten (i) instellingen die medisch specialistische zorg  verlenen of doen verlenen, en (ii) instellingen die met meer dan tien zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw) verlenen of doen verlenen over een vergunning beschikken. Om zorgaanbieders die verkeerde intenties hebben of die eerder de fout zijn ingegaan beter te kunnen weren, wil de regering met het nog op te stellen wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (Wibz) de vergunningplicht verder uitbreiden en inrichten. Vooruitlopend op het wetsvoorstel Wibz kan bij AMvB de vergunningplicht worden uitgebreid zodat in bepaalde (risico)sectoren de vergunningplicht ook geldt indien geen sprake is van medisch-specialistische zorgverlening respectievelijk er door minder dan tien zorgverleners Wlz- of Zvw-zorg wordt verleend.

Onderaannemers hoeven geen vergunning aan te vragen, tenzij de hoofdaannemer een zogenoemde «lege huls» is. Een «lege huls» is een zorgaanbieder die zelf geen enkele zorg verleent maar alle zorg heeft uitbesteed. In het geval van een «lege huls» moeten zowel de «lege huls» als de door die «lege huls» ingeschakelde onderaannemer(s) over een Wtza-vergunning beschikken als zij tot een van de hiervoor genoemde categorieën instellingen behoren.

Uitzonderingen

In het Uitvoeringsbesluit Wtza wordt voor een aantal categorieën instellingen een uitzondering gemaakt op de vergunningplicht. De uitzonderingen betreffen instellingen die slechts ondersteunende werkzaamheden verrichten (zoals vervoer, schoonmaak en het verstrekken van eten, drinken en kleding), instellingen die reeds op grond van andere zorgwetgeving beschikken over een vergunning, erkenning of aanwijzing en waarvoor in dat kader een toereikend wettelijk toelatingsregime geldt (zoals abortusklinieken en Regionale Ambulancevoorzieningen en GGD’en) en instellingen die rechtstreeks onder een minister ressorteren.

Eisen

Instellingen die op grond van de Wtza een vergunning nodig hebben dienen aan een aantal eisen te voldoen.

Ten eerste dient voldaan te worden aan de kwaliteitseisen uit de Wkkgz (de eis van een dusdanige organisatie dat dit leidt tot het verlenen van goede zorg, de eis van een systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg en de eis van een interne procedure, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met signalen van incidenten).

Ten tweede dient de instelling een cliëntenraad te hebben, indien de instelling van een cliëntenraad op grond van de Wmcz 2018 verplicht is.

Ten derde dient te worden voldaan aan eisen met betrekking tot de bestuursstructuur (zie blog 8 van deze reeks), indien deze eisen op de instelling van toepassing zijn. Deze eisen houden in dat de instelling een onafhankelijke interne toezichthouder moet hebben die toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en de algemene gang van zaken binnen de instelling en die de dagelijkse of algemene leiding van de instelling met raad ter zijde staat. Om de positie van de interne toezichthouder te versterken worden in het Uitvoeringsbesluit Wtza nadere inhoudelijke eisen gesteld aan de samenstelling, onafhankelijkheid, taken, bevoegdheden en de informatiepositie van de interne toezichthouder.

Ten vierde dient de instelling te voldoen aan de in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) op te nemen eisen omtrent een zorgvuldige, transparante financiële bedrijfsvoering (de eis van een regeling financiële bedrijfsvoering, de eis van financieel gescheiden administratie van zorgactiviteiten van andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, de eis van een ordelijke en controleerbare financiële administratie en de eis van rechtmatig declareren).

Aanvragen vergunning

In tegenstelling tot het huidige toelatingsregime van de Wtzi, komen onder de Wtza geen categorieën van instellingen meer in aanmerking voor een automatische toelating: vergunningplichtige instellingen dienen zelf een Wtza-vergunning aan te vragen. De vergunning moet worden aangevraagd bij het CIBG. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens en bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt. In bij AMvB aangewezen gevallen kan worden gevraagd om een verklaring omtrent gedrag (VOG) natuurlijke persoon of een VOG rechtspersoon te overleggen. De toets van het CIBG bij de aanvraag van een Wtza-vergunning richt zich op een transparante en ordelijke bestuursstructuur en bedrijfsvoering alsmede op de aanwezige voorwaarden voor een goede kwaliteit van zorg.

Een instelling die vergunningplichtig is moet vóór de aanvang van de zorgverlening een vergunning aanvragen. Wordt er gestart voordat er een Wtza-vergunning is afgegeven, dan kan de minister/IGJ met een last onder dwangsom de instelling dwingen alsnog een Wtza-vergunning aan te vragen en/of de IGJ kan een boete opleggen van max € 87.000,-.

 

Een instelling voor Wlz-zorg of Zvw-zorg die op een bepaald moment vergunningplicht wordt door overschrijding van het aantal van tien zorgverleners, moet uiterlijk binnen zes maanden nadat zij vergunningplichtig is geworden een Wtza-vergunning aanvragen.

In het blog Overgangsregeling wordt uiteengezet wanneer een bestaande instelling een vergunning moet aanvragen.

Voor instelling die meteen bij aanvang van de zorgverlening aan de meldplicht en de vergunningplicht moeten voldoen, geldt één procedure om dubbele administratieve lasten te voorkomen.

De kosten van de aanvraag en afgifte van de Wtza-vergunning worden bij de aanvrager in rekening gebracht. De hoogte van de kosten wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Weigering van de vergunning

Een Wtza-vergunning wordt geweigerd indien de bescheiden en gegevens niet volledig worden aangeleverd. Voorts wordt de vergunning geweigerd indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de hiervoor genoemde eisen. Ook kan de vergunning worden geweigerd wegens onrechtmatig declareren of indien -versimpeld weergegeven- de instelling niet voldoet aan specifiek op hem van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden (Zvw), op verzoek van de Minister geen VOG kan verstrekken of niet wordt voldaan aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Intrekking van de vergunning

Een eenmaal verleende Wtza-vergunning kan worden ingetrokken indien de instelling gedurende een jaar geen zorg heeft verleend of heeft doen verlenen, de instelling ophoudt te bestaan of diens bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt, niet wordt voldaan aan de vereisten voor verlening van een vergunning of de instelling onjuiste gegevens heeft verstrekt terwijl op grond van de juiste gegevens de Wtza-vergunning zou zijn geweigerd. Ook kan de Wtza-vergunning worden ingetrokken indien de instelling op verzoek van de Minister geen VOG kan verstrekken of op grond van de Wet Bibob.

In het wetsvoorstel Wibz zullen aanvullende intrekkingsgronden worden opgenomen om de vergunning in te trekken als een instelling niet integer handelt.

Gerelateerde Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Toezicht en handhaving (5)

Overgangsregeling (6)

AWtza (7)

Bestuursstructuur (8)

Uitvoeringsbesluit Wtza en Uitvoeringsregeling Wtza (9)

Bent u klaar voor de Wtza?

Contact

Heeft u vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van onze andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.