De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): vergunningplicht (4)

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): vergunningplicht (4)

Naar verwachting zullen op 1 juli 2021 de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking treden. De Wtza introduceert een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders en een vernieuwde vergunningsprocedure voor een specifieke categorie instellingen. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de invoering van de Wtza en de als gevolg daarvan noodzakelijke technische overgangsregelingen zijn geregeld in de Awtza.
Auteur artikelCharlotte Perquin-Deelen
Gepubliceerd24 juli 2020
Laatst gewijzigd28 juli 2020
Leestijd 

In dit blog van de blogreeks over de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) gaan wij in op de vergunningplicht.

Vergunningplicht

Naast een meldplicht (zie blog 3 van deze reeks) introduceert de Wtza ook een vergunningplicht voor bepaalde instellingen. Met de vernieuwde vergunningprocedure, naast de meldplicht, worden nieuwe zorgaanbieders gestimuleerd om de randvoorwaarden voor het leveren van goede zorg op orde te hebben voorafgaand aan de zorgverlening.

De groep instellingen die onder de Wtza over een vergunning moeten beschikken wijzigt ten opzichte van het huidige toelatingsregime van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Onder de Wtza moeten (i) instellingen die medisch specialistische zorg verlenen of doen verlenen, en (ii) instellingen die met meer dan tien zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw) verlenen of doen verlenen een toelatingsvergunning aanvragen. Om zorgaanbieders die verkeerde intenties hebben of die eerder de fout zijn ingegaan beter te kunnen weren, wil de regering met het nog op te stellen wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (Wibz) de vergunningplicht verder uitbreiden en inrichten. Vooruitlopend op het wetsvoorstel Wibz kan bij AMvB de vergunningplicht worden uitgebreid zodat in bepaalde (risico)sectoren de vergunningplicht ook geldt indien geen sprake is van medisch-specialistische zorgverlening respectievelijk er door minder dan tien zorgverleners Wlz- of Zvw-zorg wordt verleend.

Eisen

Instellingen die op grond van de Wtza een vergunning nodig hebben dienen aan een aantal eisen te voldoen.

Ten eerste dient voldaan te worden aan de kwaliteitseisen uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz), zoals de eis om goede zorg te verlenen.

Ten tweede dient de instelling een cliëntenraad te hebben, indien de instelling van een cliëntenraad op grond van de nieuwe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 verplicht is.

Verder dient te worden voldaan aan eisen met betrekking tot de bestuursstructuur. Deze eisen houden onder meer in dat de instelling een interne toezichthouder moet hebben die toezicht houdt  op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en de algemene gang van zaken binnen de instelling en die de dagelijkse of algemene leiding van de instelling met raad ter zijde staat. Om de positie van de interne toezichthouder te versterken worden in het (concept) Uitvoeringsbesluit Wtza, dat op dit moment nog ter internetconsultatie voorligt, nadere inhoudelijke eisen gesteld aan de samenstelling, onafhankelijkheid, taken en/of bevoegdheden en de informatiepositie van de interne toezichthouder. Bepaalde categorieën vergunningplichtige instellingen waar het toezicht op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling al op een andere wijze is geborgd dan wel ten aanzien waarvan de eisen met betrekking tot de interne toezichthouder disproportioneel worden geoordeeld [*], worden in het Uitvoeringsbesluit Wtza uitgezonderd van de eisen omtrent de bestuursstructuur.

Daarnaast dient de instelling te voldoen aan de in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) op te nemen eisen omtrent een zorgvuldige, transparante financiële bedrijfsvoering.

Aanvragen vergunning

In tegenstelling tot het huidige toelatingsregime van de WTZi, komen onder de Wtza geen categorieën van instellingen meer in aanmerking voor een automatische toelating: vergunningplichtige instellingen dienen zelf een toelatingsvergunning aan te vragen.

De vergunning moet worden aangevraagd bij het CIBG. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens en bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt. In bij AMvB aangewezen gevallen kan worden gevraagd om een verklaring omtrent gedrag (VOG) natuurlijke persoon of een VOG rechtspersoon te overleggen.

De toets van het CIBG bij de aanvraag van een toelatingsvergunning richt zich op een transparante en ordelijke bestuursstructuur en bedrijfsvoering alsmede op de aanwezige voorwaarden voor een goede kwaliteit van zorg.

Een zorgaanbieder moet zelf in de gaten houden of zij vergunningplichtig is (geworden) en moet dus tijdig een vergunning aanvragen. Een bestaande instelling voor Wlz-zorg of Zvw-zorg die op een bepaald moment vergunningplicht wordt door overschrijding van het aantal van tien zorgverleners, moet uiterlijk binnen zes maanden nadat zij vergunningplichtig is geworden een toelatingsvergunning aanvragen.

Voor zorgaanbieders die meteen bij aanvang van de zorgverlening aan de meldplicht en de vergunningsplicht moeten voldoen, geldt één procedure om dubbele administratieve lasten te voorkomen.

De kosten van de aanvraag en afgifte van de toelatingsvergunning worden bij de aanvrager in rekening gebracht. De hoogte van de kosten wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Weigering van de vergunning

Een toelatingsvergunning wordt geweigerd indien de bescheiden en gegevens niet volledig worden aangeleverd. Voorts wordt de vergunning geweigerd indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de hiervoor genoemde eisen. Ook kan de vergunning worden geweigerd wegens onrechtmatig declareren of indien -versimpeld weergegeven- de zorgaanbieder niet voldoet aan specifiek op hem van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden (Zvw), op verzoek van de Minister geen VOG kan verstrekken of niet wordt voldaan aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Intrekking van de vergunning

Een eenmaal verleende toelatingsvergunning kan worden ingetrokken indien de zorgaanbieder gedurende een jaar geen zorg heeft verleend of heeft doen verlenen, de zorgaanbieder ophoudt te bestaan of diens bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt, niet wordt voldaan aan de vereisten voor verlening van een vergunning of de zorgaanbieder onjuiste gegevens heeft verstrekt terwijl op grond van de juiste gegevens de toelatingsvergunning zou zijn geweigerd. Ook kan de toelatingsvergunning worden ingetrokken indien de zorgaanbieder op verzoek van de Minister geen VOG kan verstrekken of op grond van de Wet Bibob.

In het wetsvoorstel Wibz zullen aanvullende intrekkingsgronden worden opgenomen om de vergunning in te trekken als een zorgaanbieder niet integer handelt.

Gerelateerde serie Wtza-artikelen

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Contact

Heeft u vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen, Charlotte Perquin-Deelen of een van onze andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.

Voetnoot

[*] Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de drempels die op grond van het Besluit Wmcz 2018 gelden voor het instellen van een cliëntenraad.

Beoordeel dit artikel