1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): pgb

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): pgb

Op 1 januari 2022 zijn de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), de Aanpassingswet Toetreding zorgaanbieders (AWtza), het Uitvoeringsbesluit Wtza (UbWtza) en de Uitvoeringsregeling Wtza (UrWtza) in werking getreden. De Wtza introduceert een meldplicht voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders, een vernieuwde vergunningenprocedure die de toelatingensystematiek van de WTZi vervangt en stelt eisen aan de bestuursstructuur van vergunningplichtige instellingen (onafhankelijke interne toezichthouder). In dit blog wordt ingegaan op de gevolgen van de Wtza voor pgb-aanbieders.
Leestijd 
Auteur artikel Marieke van Dongen
Gepubliceerd 24 mei 2023
Laatst gewijzigd 05 juni 2023

Meldplicht

De meldplicht geldt voor «zorgaanbieders». Hieronder verstaat de Wtza instellingen[1] en solistisch werkende zorgverleners die zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verlenen of laten verlenen (dit betreft Wlz-zorg, Zvw-zorg en andere zorg). Onder het begrip «zorgaanbieders» vallen ook pgb-aanbieders die beroeps- of bedrijfsmatig zorg (doen) verlenen, bekostigd uit een Zvw- of Wlz-pgb of Jeugdwet-pgb.

Nieuwe pgb-aanbieders moeten zich binnen drie maanden vóór de start van de zorgverlening melden bij het CIBG. Pgb-aanbieders die voor 1 januari 2022 stonden ingeschreven in het Landelijk Register Zorgaanbieder (LRZA) hoeven zich niet meer te melden bij het CIBG. Voor pgb-aanbieders die na 1 januari 2022 (opnieuw) in het LRZA zijn gekomen bestaat er wel een meldplicht. Aan zorgaanbieders die de meldplicht niet nakomen, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van maximaal € 21.750.

Vergunning

Onder de oude WTZi moesten in het Uitvoeringsbesluit WTZi aangewezen categorieën van instellingen die zorg verleenden waarop aanspraak bestond ingevolge artikel 3.1.1 van de Wlz of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zvw, een WTZi-toelating hebben. Omdat pgb-aanbieders niet onder de reikwijdte van de WTZi vielen, hoefden zij onder de oude WTZi niet te beschikken over een WTZi-toelating.

Onder de Wtza geldt er een vergunningplicht voor:

  1. Instellingen die medisch specialistische zorg verlenen of doen verlenen.
  2. Instellingen die met meer dan tien zorgverleners zorg of een andere dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz of de Zvw verlenen of doen verlenen.

De vergunningplicht geldt niet voor solistisch werkende zorgverleners.

Het UbWtza zondert een aantal categorieën instellingen uit van de vergunningplicht.

Pgb-aanbieders die bedrijfsmatig zorg (doen) verlenen, bekostigd uit een Zvw- of Wlz-pgb zijn onder de Wtza vergunningplichtig indien zij met meer dan tien zorgverleners Zvw-zorg of Wlz-zorg verlenen of doen verlenen. Onder het begrip «zorgverlener» vallen BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren en andere personen die beroepsmatig zorg verlenen. Bij het vaststellen van het aantal zorgverleners tellen ook deeltijders en ingehuurde zorgverleners mee.

Voor alle vergunningplichtige instellingen die op 1 januari 2022 al bestonden geldt een overgangstermijn van twee jaar. Bestaande pgb-aanbieders die op 1 januari 2022 niet in het bezit hoefden te zijn van een WTZi-toelating maar die onder de Wtza wél vergunningplichtig zijn (omdat zij zorg (doen) verlenen door meer dan tien zorgverleners), moeten dus vóór 1 januari 2024 een Wtza-vergunning aanvragen. Alle vergunniningplichtige pgb-aanbieders die na 1 januari 2022 zijn opgericht moeten meteen een Wtza-vergunning aanvragen. Een pgb-aanbieder die op enig moment de grens van tien zorgverleners passeert en daardoor vergunningplichtig wordt, moet binnen zes maanden nadat deze grens is gepasseerd alsnog een Wtza-vergunning aanvragen.

Wordt door een nieuwe vergunningplichtige pgb-aanbieder gestart met het verlenen van zorg voordat een Wtza-vergunning is afgegeven of vraagt een bestaande vergunningplichtige pgb-aanbieder niet tijdig een Wtza-vergunning aan, dan kan de IGJ een last onder dwangsom opleggen. Daarnaast kan de IGJ een boete opleggen van max € 87.000,-.

Onafhankelijke interne toezichthouder

De Wtza verplicht vergunningplichtige instellingen tot het instellen van een onafhankelijke interne toezichthouder die toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en de algemene gang van zaken binnen de instelling. In het UbWtza zijn de wettelijke eisen die de Wtza introduceert voor de bestuursstructuur van een vergunningplichtige instelling nader uitgewerkt. Via de UrWtza dienen vrijwel al deze bepalingen te worden vastgelegd in de statuten van de instelling.

Een aantal categorieën vergunningplichtige instellingen wordt door artikel 5 van het UbWtza uitgezonderd van de eis van een onafhankelijke interne toezichthouder. Zo hoeven vergunningplichtige pgb-aanbieders die in de regel met vijfentwintig of minder zorgverleners Zvw-zorg of Wlz-zorg (doen) verlenen geen interne toezichthouder te hebben.

Contact

Wilt u weten of uw instelling vergunningplichtig is, een toezichthoudend orgaan moet hebben of heeft u andere vragen over de Wtza? Neemt u dan gerust contact op met Marieke van Dongen of Charlotte Perquin-Deelen. Wij helpen u graag verder.

Blogreeks en o-book

Voor een uitgebreide uiteenzetting over de Wtza, de AWtza, het UbWtza en de UrWtza en de veranderingen die deze nieuwe wet- en regelgeving met zich brengen voor zorgaanbieders, verwijzen wij naar onze blogreeks over de Wtza en de AWtza en het o-book “De Wet toetreding zorgaanbieders: wat gaat er veranderen?”.

 

Artikelen blogreeks Wtza en AWtza:

Aanleiding en doel (1)

Betrokkenen (2)

Meldplicht (3)

Vergunningplicht (4)

Toezicht en handhaving (5)

Overgangsregeling (6)

AWtza (7)

Bestuursstructuur (8)

Uitvoeringsbesluit Wtza en Uitvoeringsregeling Wtza (9)

Inwerkingtreding Wtza

Bent u klaar voor de Wtza?

Termijn meldplicht verstrijkt bijna!

Zijn uw statuten al Wtza-proof?

Beschikt u al over een Wtza-vergunning?

Onderaannemers

Huisartsen, tandartsen en paramedici

Apotheken

MSB

 

[1]           Instelling in de zin van de Wtza is (i) een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen, (ii) een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, en (iii) een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen.